Duizend pieten

OB-MB

Sinterklaas heeft 1000 pieten. Een liedje en dansje van Kzing.

Sinterklaas heeft duizend pieten.

Duizend pieten, heeft Sinterklaas.

Sinterklaas heeft duizend pieten,

maar de hoofdpiet is de baas.

Doe haar maar na.

Dan is er een dansje:

Stap en tik en een klap beneden

Dan aan de andere kant.

Vervolgens stap en tik hoog.

En stap en tik hoog, de andere kant op.

Dan komt het coupletje weer

Vervolgens komt het dansje terug, maar nu ga je eerst doen alsof je via een touw de schoorsteen inkruipt.

Dan doe je dat de andere kant op.

Daarna draai je een rondje en klapt

en dan het rondje terug en klapt.

Hier vind je de karaoke versie:

Zoals je weet, heeft Sinterklaas meer dan duizend pieten. En natuurlijk zou bijna ieder kind later wel piet willen worden, want het is een geweldig beroep. Misschien is het niet zo leuk om door schoorstenen te klimmen, maar het is wel geweldig om kinderen blij te maken.

Soms heeft Sint wel eens even te weinig pieten. Dan vraagt hij sommige volwassenen om even hulppiet te zijn. Dat is een heel grote eer! Een piet is toch een soort superman.

Of…. supervrouw, want er zijn natuurlijk ook veel vrouwelijke pieten. Soms zijn zij zelfs hoofdpiet.

Omdat piet zo’n geweldig beroep is, verkleden heel veel kinderen zich in de Sinterklaastijd en ze spelen dan dat ze zo’n geweldige piet zijn! Heb jij dat ook wel eens gedaan?

Alsjeblieft, dankjewel

OB-MB-OSO

Dit liedje gaat over alsjeblieft en dankjewel zeggen.

Wanneer je iemand iets geeft, zeg je alsjeblieft. Als je iets van iemand krijgt, zeg je dankjewel. Dat is een soort afspraak van mensen. Als je je aan die afspraak houdt, ben je beleefd. Mensen houden niet van onbeleefd gedrag bij andere mensen.

Je doet dit niet alleen als je een cadeautje krijgt, maar ook als je iemand iets aangeeft, of als je iets aanpakt van iemand.

De ingezongen versie
De karaoke versie

Alsjeblieft. Dankjewel. Als iemand iets geeft.
Alsjeblieft. Dankjewel. Want dat is beleefd.

We gaan toneelspelen dat we een cadeautje krijgen. Eén iemand speelt dat hij een cadeautje in handen heeft, of een kopje thee. Die persoon geeft het en zegt “Alsjeblieft.” De persoon die het ontvangt neemt het aan en zegt: “Dank je wel!” Dan wisselen we de rollen om.

Je kan dit natuurlijk ook in een grote kring doen. Pak een nep cadeautje in en geef het door, terwijl je alsjeblieft en dankjewel zegt.

Wintermuziek.

OB-MB-BB-ML

Zelf iets maken

Kinderen van groep 1 tot en met 8 kunnen hier leren hoe ze zelf een kunstwerk kunnen bedenken en maken nadat ze geluisterd hebben naar muziek.

Stuur je creatie naar brievenbus@kzing.tv. Je kan ook op de gele brievenbus hieronder drukken; dan kom je meteen bij het mailadres. Vraag of het mag van je ouders.


Meester Evan legt de opdracht uit. Volg de linkjes van boven naar beneden. Begin bij filmpje 1: Meester Evan zegt hallo.

Filmpje 1:

Filmpje 2:

Klik op het plaatje.

Luister naar de muziek van Einaudi. (1955) Klaaglied voor de polen. Luister zolang je kan. Leerlingen uit groep 7 en 8 kunnen het hele fragment wel beluisteren, denken wij.

Filmpje 3:

Meester Evan vertelt hoe hij iets bij het vorige muziekje verzon.

Hier zie je wat voorbeelden van kinderen van Jenaplanschool De Tandem en OBS De Flierefluiter. Een groot compliment voor de kunstenaars!

Filmpje 4:

Meester Evan legt jullie opdracht uit.

Hieronder staan nog wat meer voorbeelden van tekeningen die bij de muziek gemaakt zijn.

Filmpje 5:

Klik op het plaatje.

Luister naar “De winter”, een muziekstuk van Alexander Litvinovsky. Luister zolang je kan. Leerlingen uit groep 7 en 8 kunnen het hele fragment wel afluisteren, denken wij.

Filmpje 6:

Klik op het plaatje.

Luister naar een muziekstuk van Sergej Prokofiev, die ook Peter en de wolf maakte. Luister zolang je kan. Leerlingen uit groep 7 en 8 kunnen het hele fragment wel afluisteren, denken wij.

Wat stuurt de onderbouw ons?

Kies voor “De winter” of voor “Troika” en maak bij één van de twee muziekjes een eigen kunstwerk. Stuur dat naar ons toe.

Kies maar:

Een tekening

Een gedicht (het hoeft niet te rijmen)

Een verhaal van minstens 8 regels.

Een legowerk dat er bij past. (Daar kan je dan een foto van opsturen.)

Of een andere creatie.

In groep 1 en 2 mag een groot mens je helpen. Een tekening kan je zelf maken.

De onderbouw is daarna klaar en kan het werk opsturen.

Filmpje 7 voor de bovenbouw:

Meester Evan geeft de bovenbouw nog 2 extra opdrachten.

Wat stuurt de bovenbouw ons ?

De bovenbouw stuurt ons het eigen kunstwerk bij één van de twee muziekjes.

De bovenbouw schrijft in een goede zin op wat zij van de muziekjes vinden en waarom.

De bovenbouw schrijft op welke instrumenten ze gehoord hebben in de muziekjes.

De bovenbouw stuurt het eigen verhaal, gedicht of tekening en de vragen bij de opdrachten op naar brievenbus@kzing.tv? Je kan ook de gele brievenbus gebruiken.

Wie heeft nog energie over?

Extra opdracht voor wie nog niet genoeg heeft van de Kzingles: Wil je het gedicht van meester Evan uit je hoofd leren? Klik dan op deze link.

Een groot compliment voor alle kunstenaars!

In het museum van Kzing

Schaatsenrijderswals

OB-MB-BB-ML

De schaatsenrijderswals heet in de Franse taal: les pâtineurs . Het is een wals die in 1882 gemaakt is door meneer Emile Waldteufel. (1837-1915)

OB-MB-BB-ML De schaatsenrijderswals van Waldteufel uitgevoerd door André Rieu
De schaatsenrijderswals uitgevoerd door het orkest van André Rieu

Ëmile Waldteufel werd in 1882 in Duitsland geboren, maar in 1842 gingen zijn ouders naar Parijs. Zijn moeder was muziekdocente. Ook zijn broer was heel muzikaal. Het orkest van zijn vader was één van de bekendste in Parijs. Dat orkest was heel beroemd en werd druk bezocht. Emile studeerde zelf aan het Parijse conservatorium. Na zijn studie werkte hij bij een pianobouwer, gaf pianoles en hij speelde op muziekavondjes.

In 1857 werd hij de hofpianist van de vrouw van Napoleon. Hij maakte concertreizen naar Londen en Berlijn. Soms speelde hij ook op bals. Zijn compositie “Les pâtineurs” ontstond toen hij had gekeken naar een cirkel van schaatsenrijders in het Bois de Boulogne, een park in Parijs. Het stuk werd een enorme hit. Het werd vaak in films en revues gebruikt. Het is ook gebruikt in Downton Abbey, maar ook in Pingu en ook bij Winnie the Pooh.

Het is ook opgenomen in Nintendogs and cats en het werd gebruikt in Maria Mix.

Andere componisten stopten soms stiekem stukjes van dit werk in hun stukken.

Alle bekende Sintliedjes

OB-MB-BB-OBS-BBS

Op deze pagina vind je eerst een karaokemedley van allerlei bekende Sinterklaasliedjes. De tekst staat in beeld, terwijl de muziek klinkt. De medley duurt ongeveer 18 minuten, maar je kan hem natuurlijk ook eerder afbreken. Onder de medley staan alle liedjes apart, zodat je ze één voor één kan oefenen en daarna natuurlijk voor Sint kan zingen!

Hieronder vind je de liedjes van de medley als aparte karaoke liedjes. Oefen elke dag een liedje. De dag voordat Sinterklaas komt, oefen je ze allemaal achter elkaar en dan….. optreden voor Sint.

21 november
22 november
23 november
24 november
25 november
26 november
27 november
28 november
29 november

Donderdag

30 november
1 december
2 december
3 december

Ozosnel

OB-MB-BBS

Ozosnel is natuurlijk héél belangrijk voor Sinterklaas. Nog belangrijker dan jullie wel weten. Soms is Sint een beetje bang om het dak op te gaan. Hij is ook al een jaartje ouder!

De Sint die is soms bang..
daarboven op het dak.
Het is ook best wel hoog!
Stel, dat de Sint iets brak.


Hij zegt: “Olé, olé, olé!
Ik weet wel dat het moet.
Oké, oké, oke’.
Ik durf het niet zo goed.”

Maar wie komt er dan aan?
Zijn paardje Ozosnel.
Die zegt: “Klim op mijn rug,
want samen lukt het wel”

Hij zegt: “Olé, olé, olé!
We doen gewoon wat moet.
Oké, oké, oke’.
En samen gaat hel goed.”

herhaal

Hieronder vind je de karaoke versie

Kleren van de Sint

OB-MB-BB

Weet jij hoe de kleren van de Sint heten? In dit liedje kun je dat leren!

Iedereen weet.. Iedereen weet…

Iedereen weet, hoe de Sint zich kleedt.

Maar niemand weet, echt niemand weet,

niemand weet hoe dat allemaal heet.

Sint die heeft een albe. Die is meestal wit.

Sint heeft ook een clingel, die om zijn middel zit.

Sint heeft ook een rok aan. ’n Mantel maakt het af.

Op zijn hoofd een mijter. Een stola en een staf.

Als de kerstboom…

OB-MB-BB-OBS-BBS

Dit kerstliedje van Kzing is leuk om met elkaar te zingen bij het versieren van de kerstboom. Je kan het bijvoorbeeld zingen bij een kerstviering. Eigenlijk is het een liedje voor jongere leerlingen, maar als je samen het kerstfeest viert, zingen bovenbouwers dit natuurlijk mee!

Misschien kan iemand de kerstboom spelen en groene kleren aandoen. Er zijn ook kant- en klare kerstboompakken. Andere kinderen kunnen dan zelf gemaakte versieringen aan die kledinghangen met veiligheidsspelden.

Als de kerstboom wordt versierd, hang ik er van alles in.

Duizend ballen en een slingertje. Nou, is dat geen goed begin?

Doe maar mee.. doe maar mee.. doe maar met ons mee.

Doe maar mee.. doe maar mee.. doe maar met ons mee.

Als de kerstboom wordt versierd, hang ik er van alles in.

Duizend sterren en een engeltje. Nou, is dat geen goed begin?

Doe maar mee.. doe maar mee.. doe maar met ons mee.

Doe maar mee.. doe maar mee.. doe maar met ons mee.

Hieronder vind je de karaoke versie van het liedje:

O dennenboom

OB-MB-BB-BBS

Lied: een traditioneel kerstlied. De onderbouw kan het refrein meezingen. 

Dit is een van de bekendste kerstliedjes. Het is eigenlijk een Duits liedje. Bij Kzing hebben we een beetje een ander ritme gebruikt, om het liedje wat interessanter te maken. Ook hebben we er een stukje in het midden bijgemaakt. 

Dit keer staat er alleen een karaoke versie. Als je de woorden eronder volgt, kan je zo mee zingen! 

Veel plezier! 

O dennenboom, o dennenboom,
wat zijn je takken mooi versierd, wat zijn ze wonderschoon. 2 x
Ik heb je laatst een keer in ’t bos zien staan.
Toen zat er nog geen enkel kaarsje aan.
O dennenboom, o dennenboom,
wat zijn je takken mooi versierd, wat zijn ze wonderschoon.

Ik zoek een boom die groen blijft en de mensen echt laat zien,
dat bij het kleinste sprankje leven er nog hoop is en misschien
dat het donker dan weer licht wordt; dat is wat ik g’loof en vier.
Ik zoek de allermooiste kaarsen, waar ik jou dan mee versier.

O dennenboom, o dennenboom, wat zijn je takken mooi versierd,
wat zijn ze wonderschoon. 2 x

O Tannenbaum. Luister op YouTube naar de Duitse versie.

Al rond 1864 was er een Duits gedicht waarin woorden zaten die ook in dit liedje voorkomen. De melodie zou van een volksliedje uit Silezië zijn, van de componist Melchior Franck (1579-1639). 

Een andere meneer, Joachim August Zarnack, schreef er woorden op. De spar (in het Duits is dat “Tannenbaum”) werd gebruikt als voorbeeld van betrouwbaarheid. 

In 1824 was er een leraar in leipzig (1780-1861) die Ernst Anschütz heette. Hij hield de woorden van het eerste vers van Zarnack, maar voegde er nog twee coupletten aan toe. Die gingen over kerstbomen. In die tijd waren kerstbomen namelijk heel populair geworden. Hij gebruikte wel een andere melodie, ook gepikt van een volksliedje. 

Alle landen pikten het liedje. Ook Nederland. We namen het woord “den” over, terwijl een kerstboom eigenlijk een spar is. We zouden dus moeten zingen “O sparreboom, o sparreboom…” 

Het melodietje is zo populair, dat er vaak ook andere woorden op gemaakt worden. 

Stil in mij

OB-MB-BB-OBS-BBS

Dit liedje kan gebruikt worden in de periode waarin toegeleefd wordt naar het Kerstfeest. Na alle drukte en uitbundigheid rondom het Sinterklaasfeest, worden we weer even wat rustiger. Op sommige scholen wordt aandacht besteed aan de Advent. Dan wordt er in stilte gewacht op het kerstkindje dat geboren wordt.

Het liedje kan ook gebruikt worden in het thema ontspannen. De tijd tussen de Sinterklaasactiviteiten en de Kerstactiviteiten kan hiervoor goed gebruikt worden, maar ook voorafgaand aan de laatste citotoetsen kunnen we aandacht besteden aan ontspannen.

Weet je wat “ontspannen” betekent? Soms is het goed om even stil te staan. Het leven is soms erg druk. Er komen veel dingen op je af. Soms voel je veel stress. Dat betekent dat je heel gespannen wordt van alle indrukken of al het werk. Ken je het spreekwoord “De boog kan niet altijd gespannen staan”? Dat wil zeggen dat het goed is dat je de dingen ook af en toe een beetje loslaat.

We hebben speciaal voor jullie een liedje gemaakt om bij weg te dromen. Je kan je ogen lekker dicht doen, maar je mag ook naar het filmpje kijken.

Ingezongen
Karaoke versie

Stil, stil.. Stil in mij.
Stil, stil… Even vrij.
Stil, stil….alles goed.
Niets dat hoeft en niets dat moet.

Stil, stil… Stil in mij.
Stil, stil… Even vrij.
Stil, stil… Geen geluid.
Adem in en adem uit.

muziekje om bij te ontspannen

Stil, stil… Stil in mij.
Stil, stil… Even vrij.
Stil, stil… Geen geluid.
Adem in en adem uit.

Ontspannen is niet voor iedereen even gemakkelijk. Niet iedereen kan zichzelf kalmeren. Hoe goed ben jij in ontspannen?

Je kan op veel manieren weer “tot jezelf komen”, “relaxen”, “je rust pakken” oftewel: “ontspannen”. De ene mens gaat lezen, even lekker Netflixen, gamen, tekenen, sporten, breien, borduren, buiten spelen… Sommige mensen gaan in een warm bad liggen, andere gaan naar de sauna en weer andere mensen doen aan yoga. Er zijn ook mensen die mediteren. Welke manieren werken voor jou?

Lijkt het je leuk om een geleide meditatie te doen? Luister dan maar eens naar het volgende YouTube filmpje.

Een meditatie van 13 minuten. Aan het einde klinkt er muziek. Daar kan de muziek eventueel ook weggedraaid worden als de tijd in de klas op is.

Er is ook een bovenbouwles over stilte. Daar vind je voor iedere dag van de week een stilteactiviteit en bovendien nog een ander liedje. Klik maar op het plaatje

Van het ene feest…

OB-MB-BB-BBS

Het is altijd goed om stil te staan bij de diversiteit aan culturen die er zijn. Op heel veel verschillende plekken op de wereld maken mensen de “donkere dagen voor kerst” gezellig door veel feesten te vieren. Halloween, Sint Maarten, Sinterklaas, Advent, Kerst, Oud- en nieuw zijn een paar bekende feesten die in Nederland gevierd worden. In Amerika vieren ze bijvoorbeeld Thanksgiving.

Samen een feest vieren, zorgt ervoor dat je je met elkaar verbonden voelt. Bijna alle mensen vieren wel één of een paar grote feesten per jaar. Groepen mensen hebben samen een taal, tradities en opvattingen. Dat noem je samen: hun cultuur. In iedere cultuur worden feesten gevierd. Daar gaan deze liedjes ove

Omdat we in Nederland met mensen uit allerlei culturen samenleven, is het belangrijk om belangstelling en respect te hebben voor elkaars feesten. Vandaar dit liedje.

We hebben een korte en een lange versie gemaakt. Kies zelf welke versie haalbaar is.

We kunnen het erover hebben dat dit een hele gezellige tijd is met veel feesten en tradities. Welke feesten worden er bij jullie op school en thuis gevierd?

De ingezongen eenvoudigere versie

De eenvoudigere karaoke versie

Van het ene feest naar het andere feest. We vieren zoveel feesten met elkaar.
Ik ben benieuwd. Hoe is jouw feest geweest? Elk feestje is een hoogtepunt in ’t jaar.

Dan gaan we lekker eten en maken we plezier.
Misschien wil jij wel weten hoe ik een feestje vier….

Van het ene feest naar het andere feest. We vieren zoveel feesten met elkaar.
Ik ben benieuwd. Hoe is jouw feest geweest? Elk feestje is een hoogtepunt in ’t jaar.
Elk feestje is een hoogtepunt in ’t jaar.

Voor groepen die wat meer aankunnen, is het liedje iets langer.

Je ziet en hoort over een feest in het Christendom, de Islam en de Joodse cultuur, Je ziet ook nog foto’s van Divali en van Loi Krathong. Kan je raden welk rapstukje bij welk feest hoort? Waarom zijn er twee raps over kerstmis? Hebben de mensen uit de eerste Kerst-rap dezelfde traditie als de mensen uit de laatste Kerst-rap? Welke feesten en feestelijke tradities hebben jullie thuis?

De ingezongen versie voor de bovenbouw
De karaoke versie voor de bovenbouw

Refrein:
Van het ene feest naar het andere feest. We vieren zoveel feesten met elkaar.
Ik ben benieuwd. Hoe is jouw feest geweest? Elk feestje is een hoogtepunt in ’t jaar.
1e coupletrap:
Dan gaan we lekker eten en maken we plezier.
Misschien wil jij wel weten hoe ik een feestje vier….
Van het ene feest naar het andere feest. We vieren zoveel feesten met elkaar.
Ik ben benieuwd. Hoe is jouw feest geweest? Elk feestje is een hoogtepunt in ’t jaar.

2e coupletrap:
Wij gaan dan naar de kerk toe en daar hoor ik het verhaal
van het Kerstkind in de kribbe en dat maakt mijn Kerst speciaal.

3e coupletrap:
Met de Ramadan dan vast ik. En als dat is geweest,
dan gaan we samen eten. Zo vier ik het Suikerfeest.

4e coupletrap
Wij branden heel veel kaarsen. Ik eet dan Soefgania.
Soms draaien we de dreidel. Ik vier heel graag Hanukkah.

5e coupletrap
Mijn oma bakt een tulband. De kerstboom wordt versierd.
Dan gaan we lekker eten, zo wordt Kerst bij mij gevierd.

Bijna iedere cultuur kent grote feesten

Het Suikerfeest is een feest dat aan het einde van de vastenperiode wordt gevierd. Dat is niet altijd op dezelfde datum. Soms valt dit in de zomer.

De andere feesten zijn allemaal feesten die te maken hebben met de komst van het licht. en die vallen aan het einde van het jaar.

Vaak is “licht” daarbij heel belangrijk. We zitten natuurlijk ook in de donkerste tijd van het jaar. De dagen werden steeds korter en de donkere tijd (de nacht) steeds langer. Maar 21 december komt daar verandering in. In die tijd valt de kortste dag en de langste nacht. Daarna zullen de dagen langer worden.

Dat hebben mensen altijd gevierd. Ze noemden en noemen dat: Midwinter, hoewel het niet in het midden van de winter is, natuurlijk. Het is juist het begin van de winter. Maar het voelt wel zo, omdat vanaf die dag de dagen langer worden. Dat geeft je het gevoel dat je al weer half op weg bent naar de lente.

Andere namen voor Midwinter zijn Winterzonnewende of Joel (Yule). Dit feest werd al bij de Germanen gevierd. Ze vierden dan 12 dagen feest.

Ook de Romeinen vierden 12 of 13 dagen feest om het wintersolstitium te vieren. Solstitium betekent zonnestilstand.

Bijna alle volkeren probeerden en proberen in die tijd aandacht aan hun God of goden te besteden. Maar niet alleen aan de goden. Ook aan familie en aan mensen die het nodig hebben.

Ook andere culturen kennen lichtfeeesten.

Joodse mensen vieren Hanukkah. Hindoes vieren Divali. Boeddhisten vieren Loi Krathong, waarbij ze Thaise lampionnen loslaten en zo zijn er nog veel meer feesten. Misschien best leuk om een keer een werkstuk over te maken.

Gedichtwoord

OB-MB-ML-BBS

In deze podcast vertelt juf Ellis iets over gedichten en woorden die goed in gedichten passen.

Na afloop van de podcast kies je zelf een gedichtwoord uit en gaat daar een kunstwerk van maken.

Dat kunstwerk kan in het Kzingmuseum komen te hangen. Dat zouden meester Evan en juf Ellis erg leuk vinden. Je kunt het versturen via de brievenbus.

Lampionnendans

OB-MB-BB-OBS-BBS

Met Sint Maarten mag je langs de deuren gaan. In ruil voor een liedje, krijg je wat lekkers. Maar waarom zou je alleen maar zingen? Je kan er ook een beetje bij bewegen. Dan krijg je het ook niet koud! Doe gewoon wat er in het liedje gezongen wordt. Je doet je lampionnenstok omhoog, opzij, omlaag. En bij het laatste regeltje, doe je je open tas naar voren.

Het liedje is nog nieuw. We hebben nog geen ingezongen versie. Als je dat graag wil, stuur dan een mailtje naar info@kzing.nl. Dan zorgen we dat dat ook voor elkaar komt.

De karaoke versie

Lampion omhoog.
Lampion opzij.
Lampion omlaag
Zeg, wat geeft u mij?
Jee, wat lekker zeg.
Ik heb nu al zin.
Dank u wel.
Doe het hier maar in.

Sneeuwpop hiphop

OB-MB-BB

Lekker, sneeuw! Wie danst er met ons mee om lekker warm te worden? Eigenlijk is de sneeuwpop hiphop geen hiphop. Het is een dansje op een discomuziekje. Maar wel héél leuk om te doen. Meester Evan leert hem je stap voor stap aan. Veel plezier ermee!

Zijn jullie klaar voor de sneeuwpop-hiphop?

Doe maar met me mee en let maar goed op.

Pak wat sneeuw van de grond.

Maak er een bal van, wit en rond.

Veeg wat sneeuw bij elkaar.

Rollen, rollen, rollen maar.

Doe dat nog een tweede keer

Rol die bal maar heen en weer.

Zet die bal er maar gauw bovenop.

Koude handen. Coole pop.

Zij lacht om jouw hiphop pasje.

Maar wanneer de zon schijnt,

wordt ze weer een plasje.

Wil je alleen het liedje en dansje zien en horen?

Heb je het dansvoorbeeld niet meer nodig? Hier heb je de gezongen versie.

Zijn jullie klaar voor de sneeuwpop-hiphop?

Doe maar mee en let maar goed op.

Pak wat sneeuw van de grond.

Maak er een bal van, wit en rond.

Veeg wat sneeuw bij elkaar.

Rollen, rollen, rollen maar.

Doe dat nog een tweede keer.

Rol die bal maar heen en weer.

Zet die bal er bovenop.

Koude handen. Coole pop.

Zij lacht om jouw hiphop pasje.

Als de zon schijnt,

wordt ze weer een plasje.

Rondom Sint Maarten

Het Sint Maarten feest op 11 november

11 november is het Sint Maartensfeest. Het is de naamdag van de heilige Martinus oftewel Maarten van Tours, die later de heilige Maarten werd. Een ander woord voor heilig is “Sint”. “Sint Maarten” betekent dus “heilige Maarten”.

Sint Maarten is altijd een bedelfeest geweest, vaak met een bedeloptocht. Ook heel vroeger al. Dat was voor sommige mensen nodig in de wintermaanden, omdat er in die tijd weinig eten te vinden was. Ook Driekoningen en het Sinterklaasfeest zijn bedelfeesten. Dat zie je nog in Limburg. Daarom was het lang een feest voor de armen. Rijke mensen wilden liever niet dat hun kinderen er aan meededen.

Pas rond 1920/1930 veranderde dat. Toen vonden de mensen dit een mooie traditie en maakten prachtige stadsoptochten. Op sommige plekken gaan kinderen langs de deuren met zelfgemaakte of gekochte lampionnen en zingen liedjes. In ruil voor hun liedje krijgen ze een snoepje.

Een naamdag is niet de verjaardag van een heilige. Meestal is het juist de dag waarop hij of zij doodging. Om die persoon te eren, maakten ze er dan een feest van.

Maarten, een romeins soldaat ….

Maar wie was die Maarten? En waarom vieren we een feest dat zijn naam draagt?

Maarten van Tours werd rond 316 geboren in Hongarije als een zoon van Romeinse ouders. Maarten werd al jong Romeins soldaat.

Toen Maarten 15 was, trok hij als soldaat naar Gallië. Hij ontmoette bij de stadspoort van Amiens een bedelaar. Hij sneed zijn mantel met zijn zwaard doormidden en gaf de bedelaar de helft. Daarom vindt iedereen hem heel vrijgevig.

Voor wie meer info wil over Romeinse soldaten:

Maarten van Tours was een soldaat in het Romeinse leger. Die hadden speciale kleding aan. Maarten bleef niet zijn hele leven een soldaat. In 371 werd Maarten door de bevolking van Tours tot bisschop verkozen. In 387 stierf hij aan koorts. Hij werd op 11 november begraven in de basiliek in Tours. 11 november is dus niet zijn verjaardag, maar zijn sterfdag. Het gebeurt vaak dat de sterfdag van heilige mensen een feestdag wordt.

Een feest van vrijgevigheid …

Waarom gaf Maarten eigenlijk maar de helft van zijn mantel? Dat was geen kwestie van gierigheid. Maarten kon de andere helft niet geven, want die was niet van hem. Die was namelijk eigendom van Rome. Die betaalde voor de soldaten de helft van hun mantel. De andere helft was van hem zelf, die had hij zelf betaald. Dat moest elke soldaat doen.

Sint Maarten is een vrijgevigheidsfeest. Kinderen gaan daarom langs de deuren als bedelaars en de mensen thuis geven hen iets van hun rijkdom.

Eigenlijk is dit verhaal een Christelijke legende. Het verhaal vertelt dat Jezus ’s nachts in een droom aan Maarten verscheen en hem vertelde dat hij eigenlijk die bedelaar was geweest. Hiernaast vertelt iemand van de Vrije School dat verhaal.

Rituelen ….

Op 11 november lopen kinderen in sommige plekken in Nederland (onder andere in Utrecht, West-Friesland en Limburg) met lampionnen (keuvels) die ze zelf hebben geknutseld. Soms zijn het uitgeholde pompoenen, soms zijn ze van papier en ander materiaal.


Volksliedjes die bij het feest gezongen worden …

De kinderen zingen dan grappige liedjes, waarin ze de mensen om een snoepje vragen. Het zijn echte volksliedjes. Luister maar eens naar twee versies van dit Sint Maartenliedje en vergelijk ze.

Bij volksliedjes worden er steeds teksten bij verzonnen en er ontstaan ook variaties in de melodie. Daarom zijn er heel veel verschillende versies van zo’n liedje. Je kan bij een volksliedje dus niet zeggen “die versie is goed” of “die is fout”. Dit heeft te maken met “overlevering”. Het is net als met woordje doorfluisteren. Halverwege is de tekst veranderd.

Rondom sprookjes

Laten we het thema “sprookjes” eens uitlichten. Hieronder wat tips voor materiaal rondom dat thema. Klik op de link voor het liedje en de les die erbij hoort. Je kan natuurlijk ook altijd de zoekterm “Sprookjes” in het zoekveld invullen en kijken wat er nog meer te vinden is.

Sprookjesland, Wonderland, Alice in Wonderland

Assepoester, Doornroosje, heksen, draken

Sprookjesbos en kabouters

Elfjes en betoverde poppen

Beren en wolven

Weetjes 7: Dynamiek

Klanken kunnen zacht en hard klinken, maar in de muziek gebruiken we het woord “hard” niet. We noemen dat sterk. Klanken kunnen zacht of sterk zijn, maar geluid kan ook sterker en zachter worden. Hier vind je wat materiaal om dat mee te oefenen.

Weetjes 6: harmonie

Als er 2 of meer tonen samenklinken, noemen we dat een harmonie. Dat komt van het Griekse woord “harmonia”, dat “samenvoeging, verbinding, afspraak, samenhang” betekent.

Interval

Als er 2 klanken samenklinken, noemen we dat een interval. Een afstand tussen 2 tonen.

Akkoorden

Misschien ken je het woord akkoord, wel. Dat komt van het Latijnse “ad cor”, tot het hart. Klanken (of mensen, want mensen kunnen ook tot een akkoord komen) zijn het met elkaar eens. Als 3 of meer klanken het met elkaar eens zijn en samenklinken (of dat nou mooi of minder mooi klinkt), noemen we dat een akkoord.

Spoekies, the movie

Op deze pagina vind je een film van de voorstelling “Spoekies”. Die is 9 oktober 2022 gespeeld door Club La van Kzing. Helaas kreeg één van de spelers die ochtend Corona. Evan heeft toen in een half uur de hele rol geleerd, terwijl hij valse wimpers kreeg opgeplakt. Vandaar dat Smeralda in deze film een baard heeft. De voorstelling werd erg goed ontvangen en kreeg een lovende recensie. We hopen van harte dat je genieten zult van de hele cast van Spoekies! Dan kun je nu kijken naar: Spoekies, the movie. (Okee, dibbediedee!)

Ik wil een wereld..

OB-MB-BB-OBS-BBS

“Ik wil een wereld waar je mens kunt zijn!” is één van de belangrijkste liedjes van Kzing. Het wordt het hele jaar gezongen, bij verschillende gelegenheden. Bijvoorbeeld met Kerstmis, of wanneer het gaat over inclusiviteit. Dat betekent: dat iedereen erbijhoort. Het liedje gaat over respect voor elkaar. We moeten elkaar helpen en niet pesten.

De onderbouw kan alle refreinen meezingen.

Het maakt niet uit hoe iemand eruitziet, hoe iemands lijf eruitziet, wat voor kleur die persoon heeft, of die persoon op meisjes of jongens valt, of iemand zich een uitgesproken meisje of jongen voelt, of dat dat anders zit en wat iemands geloof is. Elk mens mag er zijn! Jij mag er zijn!

Laten we respectvol zijn naar elkaar.

Ik wil een wereld waar je mens kunt zijn,
waar liefde straalt als zonneschijn.
Waar iedereen in vrede leeft;
een ander gunt, al wat hij heeft.
Een plek een plek waar jij mag zijn.
Respect, respect, Voor groot en klein.

Ik wil een wereld waar de duisternis,
geen toekomst is, geschiedenis;
waar niemand ooit nog onrecht kent
en waar je altijd welkom bent.
Een plek, een plek, waar jij mag zijn.
Respect, respect, voor groot en klein.

Al is de wereld soms wat kil,
het wordt wel warm, met goede wil.
En sprookjesland is soms dichtbij.
Begint bij jou, begint bij mij.

Een plek, een plek, waar jij mag zijn.
Respect, respect, voor groot en klein.
Een plek, een plek, waar jij mag zijn.
Respect, respect, voor groot en klein.

Gedicht leren

OB-MB-BB

Kan jij een gedicht uit je hoofd leren? Een mooi woord hiervoor is memoriseren. Probeer het uit met dit gedicht:

Hier hoor je het gedicht en zie je er plaatjes bij

Winter

Koude voeten. Koude oren.

Zelfs mijn neus is half bevroren.

Dikke wanten. Twee paar sokken.

Maar waar blijven nou die vlokken?

Wit en blauwe sneeuwkristallen,

die maar dwarrelen en vallen

op mijn wimpers… in mijn dromen.

Wanneer zou de sneeuw toch komen?

Copyright Evan Castenmiller info@kzing.nl

Hier draagt meester Evan zijn gedicht voor

Sommige mensen vinden het moeilijk om zélf een kunstwerk te bedenken en maken. Soms zeggen die mensen: “Ik ben niet zo creatief.”

Maar dat hoeft niet waar te zijn. Je kan op veel manieren creatief zijn. Je kunt bijvoorbeeld ook creativiteit stoppen in het uitvoeren “van kunstwerken die andere mensen bedacht hebben.

Componisten schrijven soms een lied dat later door héél veel andere mensen gespeeld wordt. De mensen die hun werk uitvoeren, zijn dan toch bezig met kunst. Zij bedenken, hoe ze dat lied van iemand anders het mooiste kunnen laten horen en daar oefenen ze ook heel veel voor.

Soms lezen mensen verhalen voor uit boeken die andere mensen geschreven hebben. Ze lezen het zo goed mogelijk voor. Af en toe gebruiken ze er zelfs verschillende stemmetjes bij. Er worden zelfs wel eens voorleeswedstrijden gehouden.

Je kan ook met kunst bezig zijn door een gedicht van een ander voor te lezen, of uit je hoofd te leren en op te zeggen.

Je doet dat natuurlijk zo goed mogelijk, zodat iedereen hoort dat je het gedicht echt begrepen hebt. Je zegt de woorden niet saai op, maar je spreekt rustig, gebruikt klemtonen bij belangrijke woorden en af en toe neem je pauzes. je kan zelfs je mimiek (zijn gezichtsuitdrukkingen) gebruiken, om de betekenis van het gedicht over te brengen op andere mensen.

Dit heet: “een gedicht voordragen”, of “een gedicht declameren”, of “een gedicht ten gehore brengen”.

Waarom zou je dit nou eigenlijk doen?

1.Je vindt het leuk. (Dat is de belangrijkste reden!)

Kunst maken, is net als spelen. Je probeert van alles uit en het is super leuk om te doen.

2.

Je traint je geheugen er mee.

Dat is altijd handig. Zeker als je naar een middelbare school gaat, waar je soms rijtjes, of heel veel woordjes uit je hoofd moet leren.

3.

Je leert presenteren.

Je leert hoe je iets op een goede manier aan mensen kan laten zien en horen. Dat heet: “presenteren”. Het woord “presenteren”, betekent letterlijk “aanbieden”. Als je een gedicht voordraagt, presenteer je het gedicht, maar je presenteert ook jezelf. Je laat zien en horen hoe mooi dat gedicht is, maar ook jezelf. Mensen kunnen zien en horen dat je rustig praat, het gedicht snapt en dat op andere mensen kan overbrengen. Je laat je talent zien.


Die vaardigheid kan je gebruiken als je een spreekbeurt moet doen, of later… als je solliciteert.

Waar leer je declameren?

Je hoeft niet naar een school en je hoeft ook geen dure cursus te doen om met deze kunstvorm bezig te zijn. Je kan het gewoon thuis doen. Er zijn heel veel gedichten die het waard zijn om uit je hoofd te leren.

Wij gaan oefenen met declameren

1.

Je leert het gedicht uit je hoofd. Je memoriseert het.

2.

Je draagt het gedicht voor, voor een publiek. Je voert het uit. Je declameert het.

Zoek uit hoe jij het gedicht het beste uit je hoofd kan leren.

1 Leer door te luisteren

Je kan luisteren en luisteren hoe iemand anders het doet, tot je het weet. Voor sommige mensen werkt het het beste als ze met hun ogen dicht luisteren. Wie goed kan leren door te luisteren leert “auditief.” Zo heet dat.

2. Leer door er ook naar te kijken

Gedichten declameren is een kunst met klank, net zoals muziek. Je hebt je oren dus nodig. Maar ook je ogen kunnen je helpen. Sommige mensen hebben juist plaatjes nodig, om iets goed te onthouden. Die mensen leren “visueel”; dat betekent door te kijken. Je kan steun hebben aan de plaatjes bij het gedicht.

3. Leer door te doen

Sommige mensen zijn doeners. Die leren beter door actief te zijn.

Ze kunnen bijvoorbeeld meteen de woorden hardop mee te zeggen die ze al kennen.

Vind je het moeilijk om de zinnen meteen helemaal te onthouden? Probeer dan eens eerst de laatste woorden aan te vullen.

Sommige mensen helpt het om er gebaren bij te maken. Kies passende gebaren uit, die bij het gedicht passen.

4. Alles ineens, of stap voor stap?

Sommige mensen proberen alles tegelijk te onthouden. Sommige mensen zijn hier goed in. Dan is dat geen probleem.

Anderen leren beter door het stap voor stap te doen. Als je iemand bent die op die manier leert, leer je eerst 1 regel uit je hoofd. Als je die goed kent, doe je er een regel bij. Herhaal regel 1 en 2. Als die twee echt zitten, voeg je er weer een regel aan toe en zo ga je door. Je kan dit ook op verschillende dagen doen.

Het ene is niet beter dan het andere. Je moet uitzoeken wat voor jou werkt.

Zoek publiek.

Voor wie wil jij het gedicht opzeggen? Die persoon (of personen) is/zijn je publiek. Kies je publiek goed uit.

1.

Kies iemand die van gedichten houdt.

2.

Kies iemand die van jou houdt en het leuk vindt dat jij met zulke dingen bezig bent.

3.

Kies iemand die vindt dat mensen die nieuwe dingen leren, niet meteen super goed in iets moeten zijn. Zoek iemand uit die complimentjes geeft, maar ook durft te vertellen wat je nog kan verbeteren. Zoek iemand die tips geeft, geen trappen.

4.

Ga naar die persoon toe als hij of zij tijd heeft. Misschien is je moeder wel je trouwste fan en vindt ze het superleuk dat je dit doet, maar heeft ze net een zoom-meeting en echt geen tijd voor een voordracht. Kies je moment goed uit.

Laat ons eens horen of het je gelukt is om het gedicht te memoriseren. Klik op de brievenbus en stuur ons een berichtje.

Vier seizoenenspel

OB-MB-OSO

Dit is een liedje over de vier seizoenen. Soms noemen mensen het ook wel eens de vier jaargetijden. Kennen jullie de vier seizoenen? Je hebt de lente. Je hebt de zomer. Je hebt de herfst. Je hebt de winter.

Verwerking

  • in dit liedje zit een quiz verstopt. Luister eerst het liedje en kijk goed naar de plaatjes. Daarna bekijk je plaatje voor plaatje. Bij welk seizoen hoort elk plaatje?
  • Je kan er ook een soort “Ren je rot-spel” van maken. De kinderen die “ja” zeggen, komen aan de ene kant staan en de kinderen die “nee” zeggen aan de andere kant van de leerkracht.
  • Ieder seizoen heeft bijzondere feesten. Vertel eens welke feesten je kent die bij een speciaal seizoen passen?
  • Je kiest één jaargetijde uit. Bijvoorbeeld de lente. Welke lentewoorden ken je allemaal? Kijk maar eens bij deze filmpjes waarin je woordenschat wordt geoefend.

Hieronder staan de vragen van het ren je rot spel voor de herfst in quizvorm. Het is heel simpel: hoort het plaatje bij de herfst, vul je ja in… Hoort het er niet bij vul je nee in. Als je honderd procent goed hebt, heb je alles goed. Als je een paar kleine foutjes hebt gemaakt, komen de goede antwoorden na afloop ook in beeld.

2
Created on By admin

Wat hoort er bij de herfst?

Kijk naar het plaatje. Hoort het bij de herfst? Dan zeg je ja. Hoort het niet bij de herfst, dan vul je nee in.

1 / 17

Is dit in de herfst?

2 / 17

Is dit in de herfst?

3 / 17

Is dit in de herfst?

4 / 17

Is dit in de herfst?

5 / 17

Is dit in de herfst?

6 / 17

Is dit in de herfst?

7 / 17

Is dit in de herfst?

8 / 17

Is dit in de herfst?

9 / 17

Is dit in de herfst?

10 / 17

Is dit in de herfst?

11 / 17

Is dit in de herfst?

12 / 17

Is dit in de herfst?

13 / 17

Is dit in de herfst?

14 / 17

Is dit in de herfst?

15 / 17

Is dit in de herfst?

16 / 17

Is dit in de herfst?

17 / 17

Is dit in de herfst?

Your score is

The average score is 100%

0%

Als het geen herfst is, kan je dit spel ook doen. Hieronder vind je een quiz waarbij je kan uitproberen of je goed weet wat er in elk seizoen gebeurt. Fouten maken, is natuurlijk helemaal niet erg. Samen met de groep kom je er vast wel uit.

3
Created on By admin

Raad het seizoen

Je ziet steeds een plaatje. In welk jaargetijde is die foto genomen?

1 / 17

In welk seizoen is dit?

2 / 17

Welk seizoen is het hier?

3 / 17

Welk seizoen is het hier?

4 / 17

Welk seizoen is het hier?

5 / 17

Welk seizoen is het hier?

6 / 17

Welk seizoen is het hier?

7 / 17

Welk seizoen is het hier?

8 / 17

Welk seizoen is het hier?

9 / 17

Welk seizoen is het hier?

10 / 17

Welk seizoen is het hier?

11 / 17

Welk seizoen is het hier?

12 / 17

Welk seizoen is het hier?

13 / 17

Welk seizoen is het hier?

14 / 17

Welk seizoen is het hier?

15 / 17

Welk seizoen is het hier?

16 / 17

Welk seizoen is het hier?

17 / 17

Welk seizoen is het hier?

Your score is

The average score is 98%

0%

 

Snapje over hoe het dag en nacht wordt en hoe de seizoenen werken. MB

Typ het woordje “zomer” in het zoekvenster en vind meer zomermateriaal!

Bodypercussie regen

OB-MB-BB

Luister eerst met je ogen dicht naar het onderstaande geluidsfragment. We geven nog even geen informatie. Wat hoor je? 

Perpetuüm jazzile laat een bodypercussie horen

Je hoorde een bodypercussie waarmee je de regen werd uitgebeeld. Bodypercussie komt van twee Engelse woorden. Het woord “body”, dat is het Engelse woord voor lichaam en het woord “percussie”. Dat is het Engelse woord voor slagwerk. Bodypercussie gaat dus om geluiden maken op en met je lijf. Je gebruikt je lichaam als instrument. Je knipt met je vingers, klapt in je handen, stampt, veegt je handen over elkaar, maakt plopgeluidjes met je lippen etc.

Dit was een bodypercussie van Perpetuum Jazzile. Dat is een muziekgroep uit Slovenia. Zij zijn bekend geworden via YouTube, door hun vertolking van het nummer “Africa” van de band Toto.

We gaan deze oefening zelf ook doen, als opwarmer.

Als je goed geluisterd hebt, hoor je dat de groep werkt met dynamiek. Dynamiek gaat over zachte muziek en sterke muziek, zachtere en sterkere muziek. Je hoort dat de percussie zacht begint, steeds harder wordt (dat noemen we crescendo) en dan keihard wordt… en dan?

Luister het fragment nog maar eens.

Regen-akkoord

Dit liedje kan je spelen op boomwhackers, metallofoons, tafelbellen of op de toetsen. Er zitten steeds 2 tellen in elke maat.

Als je het lied kan spelen, kan je iemand vragen om hetzelfde ritme op e te spelen. Dan klinkt er een interval. Dat is al harmonie. Er klinkt iets samen.

Als dat met twee mensen lukt, kan je het ook met 3 mensen doen. Je vraagt de 3e persoon om het ritme op g te spelen.

Als jullie het tegelijk doen, klinkt er een akkoord.

Liedboek 1

Liedjes 1 hoort bij lesboek 2

Je leert de namen van de toetsen kennen met een liedje in de 2 telsmaat

In dit eerste liedjesboek leer je alle toetsen kennen. Je speelt het liedje van de kraan op alle toetsen. Het liedje staat in een 2 telsmaat. Het ritme is ook overal hetzelfde.

Bouw een drumstel!

OB-MB-BB

Maak samen met meester Evan je eigen drumstel, dan kan je ritmes spelen. Je kan alles wat om je heen is gebruiken.

Zin om samen te musiceren? Drum mee met meester Evan op zijn eigengemaakte drumstel.

Meester Evan heeft een drumstel gebouwd, van spullen uit zijn kamer. Daar gaat hij ritmes op drummen. Doe mee!

Kijk maar eens goed in de kamer. Waar zou je een ritme op kunnen tikken? Kies maar liever geen dingen die al te veel herrie maken, want nu iedereen thuis werkt, moeten we elkaar geen overlast bezorgen. Denk aan een kussen van de bank, een boek, een houten lepel… Of rammel met een dicht pak macaroni. En je kan natuurlijk ook gewoon in je handen klappen.

Als je drumstel klaar is en je met meester Evan hebt geoefend, kun je ook proberen de ritmes uit het liedje “Drumstel” mee te drummen op je eigen instrument.

Veel plezier!

Drumstel (copyright Ellis Castenmiller)

Ik heb een drumstel gebouwd, want ik zat me te vervelen.

‘k Heb een drumstel gebouwd, waar ik ritmes op kan spelen.

Met een multomap en wat dingen uit mijn la,

drum ik nou de coolste ritmes. Luister goed en doe me na!

Kranen in een akkoord

We hebben een liedje gemaakt voor al het water dat uit de kraan komt. We spelen eerst het liedje van de kraan met rode boomwhackers, of op de toets c. Je hoort alleen maar 1 liedje. Er is geen begeleiding bij. Dat heet: unisono.

We horen nóg een kraan druppen. De eerste kraan speelt het liedje, de tweede speelt een begeleiding. Als er meer klanken tegelijk klinken, noem je dat een harmonie.

Als de kranen precies tegelijk druppen (dus als de leerlingen het liedje tegelijk spelen), klinkt er een interval. Een interval is een afstand tussen twee tonen. De afstand van c tot e heet een terts.

Je kan ook drie kranen tegelijk laten drjuppen: de c-kraan, de e-kraan en de g-kraan. De harmonie die je dan hoort, heet een akkoord. Omdat de c-klank de onderste is van het akkoord, noemen we het een

c akkoord.

Welke toon die klinkt, is hoger? De C, de E of de G ? Er zijn twee rode boomwhackers, een lange en een korte. Welke klinkt hoger? Waarom heet hij dan toch de c ?

Over water

Water is heel belangrijk voor mensen. Gelukkig hebben we in ons land goed kraanwater. Dat kan je rustig drinken. Het wordt gecontroleerd. Water drinken, is gezond. Veel gezonder dan allerlei sapjes. Van water maak je ook andere dranken; thee en koffie bijvoorbeeld. Lust jij water? Je hebt ook water nodig om andere dingen te maken: soep, om aardappelen te koken enzovoort. En we maken ook schoon met water. We maken zelfs onszelf schoon met water. Omdat water zo belangrijk is, moeten we het niet verspillen.

Wij !

OB-MB-BB-OBS-BBS

Ik ben ik; jij bent jij… maar samen zijn we wij! Iedereen mag zichzelf zijn en kiezen wat hij doet. Toch? Maar… als we met elkaar samenleven, wil ik wel eens iets dat jou in de weg zit! En dan? Denk eraan: ik ben ik… jij bent jij…maar als we moeten samenleven zijn we “wij”. “We hoeven niet allemaal vrienden te zijn, maar we moeten wel goede collega’s voor elkaar zijn. het is belangrijk dat iedereen in de groep met plezier naar school toe gaat.

Ik ben ik, jij bent jij,
maar op school zijn we wij.
Ik ben ik, jij bent jij,
maar op school zijn we wij.

Let goed, op wat je doet.
Kijkt de ander nog wel blij?


Ik ben ik, jij bent jij,
maar op school zijn we wij.

Herhaal het lied

Als we met meer mensen samen zijn, moeten we “geven en nemen.” Die uitdrukking betekent dat we niet alleen moeten doen wat we zelf willen. We moeten niet alleen nemen. Nee, we moeten ook om andere mensen denken. We moeten hen ook wel eens wat gunnen. Dat is een beetje “geven.”

Niemand kan helemaal zijn zin krijgen. We moeten samen doen.

Dat geldt niet alleen voor kinderen. In de hele samenleving is dit nodig. We leven nou eenmaal met heel veel mensen op één planeet. Er is een bekende uitdrukking over vrijheid:

Mijn vrijheid eindigt waar de jouwe begint.

Wie dit als eerste gezegd heeft, konden we niet ontdekken, maar het is beslist iets om over na te denken.

Knoop in de kring

Iedereen staat met zijn gezicht naar het midden van de kring. De leerlingen houden elkaars handen vast. Er wordt afgesproken dat iedereen voorzichtig met elkaar doet. De leerlingen mogen nu onder elkaars armen doorlopen, zodat de kring “in de knoop” raakt. Als de leerkracht het aangeeft, mogen de leerlingen (zonder de handen los te laten) samen weer uit de knoop te komen en een mooie ronde kring te vormen. De eerste keer is het handig om de kring niet al te erg in de knoop te laten raken. Kunnen de leerlingen dit ook zonder geluid te maken?

Vertel en lieg

Iedere leerling mag naar voren komen en 3 dingen over zichzelf vertellen. 2 van de 3 zijn waar en één ding is gelogen. De groep moet raden wat gelogen is. Zo leer je elkaar toch weer net wat anders kennen.

Ik ben zo blij met mij

OB-MB-BB-OBS-BBS

Je bent goed zoals je bent, dus probeer jezelf ook te waarderen. Haal jezelf niet omlaag en laat je niet door anderen pesten of omlaaghalen. In Nederland en volgens de rechten van de mens, heb je de vrijheid om te zijn wie je bent. Het is goed om zelfrespect te hebben. Jij bent jij en je mag er zijn!

De ingezongen versie
De karaoke versie

Ik ben zo blij met mij, toe, zing dit liedje maar mee.
Ik ben zo blij met mij! Ik vind “mezelluf” oké!
Ik hoef niet aldoor op te letten, wat een ander van mij vindt.
ik hoef mezelf niet te “verg’lijken” met een leuker, beter kind.
Dus wanneer iemand mij wil pesten, kom ik voor “mezelluf”op.
Een beetje plagen is oké, maar als ik stop zeg, is het stop!

Ik ben zo blij met mij, toe, zing dit liedje maar mee.
Ik ben zo blij met mij! Ik vind “mezelluf” oké.
Niet iedereen die vind tmij aardig, maar wat maakt dat uit? Nou en?
Ik ben gewoon de moeite waard en precies goed zoals ik ben.
Dus wanneer iemand mij wil pesten, kom ik voor “mezelluf” op.
Een beetje plagen is oké, maar als ik stop zeg, is het stop!

Ik ben zo blij met mij, toe, zing dit liedje maar mee.
ik ben zo blij met mij! Ik vind “mezelluf” oké…. 4 x

Weerbaarheid

Sta anderen nooit toe om je te pesten, zeer te doen of te kleineren. Kom voor jezelf op. Wees weerbaar. Dat betekent: leer jezelf op de goede manier verweren.

De toverformule !

Probeer dat op een handige manier te doen. Als iemand tegen jou “Stop, hou op!” schreeuwt, heb je ook niet zo’n zin om rekening met die persoon te houden. Begin met het vriendelijk te vragen en leg uit waar je last van hebt en waarom.

Maar als iemand je expres verdriet doet of in de weg zit, zoek dan altijd hulp. Misschien eerst bij je vrienden, maar als dat niet lukt, bij volwassenen. Kom voor jezelf op, totdat het probleem is opgelost!

Wees ook tevreden met wie je bent en wat je kan. Zolang jij je best doet, hoeft niemand lelijk te doen tegen je. Ook jijzelf niet. Je hoeft niet precies zo te zijn als andere mensen. Je mag jezelf zijn. Wees blij met jezelf!

Drumstel

OB-MB-BB-BBS

Dit lied kun je meezingen, maar er worden ook ritmes in gespeeld, die je na kan tikken, of na kan klappen. Je kan het op je gehoor doen, of naar het notenbeeld kijken. Lukt het je? Je kan ook een eigen “drumstel” bouwen, van spullen in huis.. dan kan je daarop musiceren. Misschien kun je er nog andere instrumenten bij gebruiken….

Ik heb een drumstel gebouwd,
want ik zat me te vervelen.
‘k Heb een drumstel gebouwd,
waar ik ritmes op kan spelen.
Met een multomap en wat dingen uit mijn la,
drum ik nou de coolste ritmes.
Luister goed en doe me na!

Een ritme is wat er overblijft van een liedje als je het klapt en niet zingt. Zeg vader Jacob maar eens op. Dan hoor je dat sommige klanken langer zijn dan andere.Bij “slaapt gij nog” , duurt het woordje “nog” veel langer. Alle lettergrepen van “al-le klok-ken” zijn nog korter. Door kortere en langere klanken, ontstaat er ritme.

Als je de ritmes uit dit liedje na wil “drummen”, moet je natuurlijk wel zelf eerst een “drumstel” bouwen! Kijk maar eens goed in de kamer. Waar zou je een ritme op kunnen tikken? Kies maar liever geen dingen die al te veel herrie maken, want we moetene elkaar geen overlast bezorgen. Denk aan een kussen van de bank, een boek, een metalen vaas… Of rammel met een dicht pak macaroni. En je kan natuurlijk ook gewoon in je handen klappen.

Kleine heks

OB-OSO

Op deze pagina staan liedjes en een bewegingstussendoortje over heksen. In het liedje van Kzing krijgt iemand een heksenhoed. Dan is die persoon de heks (of tovenaar.. maar in het liedje zingen we heks) en kan die persoon kiezen waarin de rest van de leerlingen betoverd wordt.

De ingezongen voorbeeldversie
Jonge kinderen laten zien hoe je dit liedje kan uitspelen

Ik zie een kleine heks. Die heks die zegt iets geks:

Van je hocus pocus pilates pas.. Ik wou dat jij een zwemmer was.

Een zwemmer die doet zo… Een zwemmer die doet zo… Zo doet een zwemmer dus.

Een zwemmer die doet zo… Een zwemmer die doet zo… Zo doet een zwemmer dus.

Aanwijzingen bij het liedje

In sprookjes komen vaak heksen voor. Sommige zijn aardig en sommige een beetje gemeen. Stel je eens voor dat je zelf een heks was… In het liedje van de kleine heks, worden wat voorbeelden gegeven van dingen waarin de toverheks je kan veranderen, maar natuurlijk kunnen jullie ook zelf iets verzinnen.

Per liedje zijn er 3 heksen (of tovenaars. Zij mogen met hun toverstaf zwaaien en vertellen waar de rest van de groep in verandert.

De andere kinderen gaan in het tweede stukje van het liedje ook doen alsof ze dat ook echt zijn. (Als kikkers springen, als koningen zwaaien, als standbeeld stilstaan etc.)

Maar let op: bij het tussenmuziekje moet je weer gauw gewoon doen, want dan gaat de volgende heks je in iets veranderen.

De laatste keer komen alle dingen nog één keer voorbij, in omgekeerde volgorde.

Hieronder staat bewegingstussendoortje van Cooking class. Zij maken heel goede bewegingstussendoortjes en combinerendrama met bewegen. Het begin van het filmpje is een beetje griezelig. Het is wel fijn dat je weet dat dit geen echte heks is, maar een verkleed persoon.

Bewegingstussendoortje van Cookingclass

Tot slot nog een liedje over heksen uit Sesamstraat. Je leert hier achteruit tellen.

Zes heksen bij elkaar, uit Sesamstraat. Je leert achteruit tellen.

Toen onze Mop

OB-MB jongste groepen-OBS

Toen je oma en je opa en hun vader en moeder klein waren, werden er natuurlijk ook al liedjes gezongen. Sommige van die liedjes hebben ze misschien aan jullie geleerd. Zo’n doorgeefliedje, heet een volksliedje. Dit is het bekende liedje van het verwende hondje Mopje. Hij wil niet eten wat hij krijgt.

Bij Kzing vonden we de woorden té ouderwets. We hebben er dus andere woorden op gemaakt. Maar de melodie is hetzelfde gebleven.

Toen onze Mop een Mopje was,
was hij schattig om te zien.
Nu bromt hij alle da-ha-gen.
Zeg, hoor jij hem misschien?
Waf woef, waf woef, waf woef, waf, woef, zeg, hoor jij hem misschien?
Nu bromt hij alle da-ha-gen; zeg, hoor jij hem misschien?

Bewegen bij het lied

Je kunt er gebaren bij maken:

  • Toen onze Mop:  handen aaien een grote hond
  • een Mopje was: handen aaien een klein hondje
  • was hij schattig om te zien , handen naast het gezicht en kijken of je iets heel schattig vindt.
  • Nu bromt hij alle dagen: boos kijken
  • Zeg, hoor jij hem misschien: hand bij het oor.
  • Waf, woef enz. : met beide handen gebaar van mond die dicht en open gaat, maken.

Verwerkingsopdracht : woordje doorfluisteren

Zo’n liedje dat “doorgegeven” wordt, heet een volksliedje. Dat wij de tekst veranderd hebben, past eigenlijk heel goed in de gedachte van “het volkslied”, want dat verandert meestal door overlevering.

Fluister maar eens in een kring een woordje door. Dan zie je dat het woord aan het einde vaak veranderd is.

Over het liedje

Toen onze Mop is eigenlijk een vertaling van een oud lied uit Duitsland van meneer Hoffmann von Fallersleben. Jan Goeverneur bedacht heel lang geleden de Nederlandse woorden. Toen werd het op muziek gezet door Johannes Worp.

Soms zijn de woorden in zo’n liedje wel een beetje ouderwets, omdat die liedjes al zo oud zijn. Wij zeggen over een puppy niet meer dat hij “aardig om te zien” is. Wij zeggen dan dat zo’n hondje “schattig” is.

Kan je zelf een woord verzinnen dat jullie kleinkinderen later gebruiken voor “schattig”?

Vroeger zongen ze:

Toen onze Mop een Mopje was, was hij aardig om te zien.

Nu bromt hij alle da-ha-gen en bijt nog bovendien.

Waf woef, waf woef, waf woef, waf woef en bijt nog bovendien.

Nu bromt hij alle da-ha-gen en bijt nog bovendien.

Jij bent een recht bedorven dier, eerst nam je wat ik bood.

Nu wil je lekk’re beetjes en lust niet eens meer brood.

Waf woef, waf woef, waf woef, waf woef en lust niet eens meer brood.

Nu wil je lekk’re beetjes en lust niet eens meer brood.

De mop zei hierop tot de knaap: “Hoe dwaas praat gij daar toch.

Had gij mij niet bedorven, ‘k was een lief Mopje nog.

Waf woef, waf woef, waf woef, waf woef, ‘k was een lief Mopje nog.

Had gij mij niet bedorven, ‘k was een lief Mopje nog.

Welke woorden kende jij niet?

Het liedje was eigenlijk bedoeld om aan kinderen te vertellen: kinderen die niet eten wat er op tafel staat (vroeger zeiden ze “wat de pot schaft”) , zijn verwende kinderen. Denk maar niet dat ze dan iets anders voor jou gingen maken, hoor.

Hoe is dat bij jullie thuis? Moet je alles eten? Wat lust je echt niet?

De dierentuin

OB- MB de jongste groep

We zingen over de dierentuin, maken dierengeluiden, doen een dierengeluidenquiz doen en spelen een verhaal.

Kijk en luister Hieronder staat een filmpje met een liedje over de dierentuin. Er komen veel dieren voorbij. Let goed op. Vertel na afloop welke dieren je gezien hebt.

Wie gaat er mee naar de dierentuin? Want daar is zoveel te zien.

Ik wed dat jij heel veel dieren kent, maar weet jij ook heel misschien…

welk dier dit is? Welk dier dit is? Welk dier dit is? Welk dier dit is?

Heb jij het goed of heb je het mis?

Copyright Ellis Castenmiller. Vermenigvuldigen, kopiëren, embedden en verspreiden is niet toegestaan.

Kan je ook meezingen met het karaoke filmpje?

Meedoen met het filmpje

Luister en kijk dan nog een keer naar het filmpje. Kun je al een beetje meezingen? Als je een dier ziet, mag je roepen hoe het dier heet.

Raad het dierengeluid.

Hiernaast staat een linkje naar YouTube. Je kan er luisteren naar dierengeluiden. Doe je ogen eerst dicht en luister.Kun je raden welk dier je hoort?

Weet je wat de wilde dieren zijn? Is een schaap een wild dier? Is een beer een wild dier? Is een paard een wild dier? Waarom heet het ene dier nou een wild dier en het andere niet?

Sommige dieren zijn wilde dieren. Andere diersoorten zijn door de mens tam gemaakt om hen bij de mensen te kunnen laten wonen. Ze hebben gezorgd dat het huisdieren werden. Dat heet “domesticeren”, dat komt van het Latijnse woord “domus” dat “huis” betekent. Domesticeren betekent dus “huisdier maken”.

Mensen doen dat om verschillende redenen. Soms omdat ze van het gezelschap van dieren houden. Honden en poezen zijn bijvoorbeeld gezelschapsdieren. Vaak ook omdat ze eigenschappen van dieren willen gebruiken. Paarden zijn bijvoorbeeld sterk en dus laten mensen hen karren trekken. Maar er zijn ook in het wild levende paarden.

Sommige dieren zijn proefdieren. Ratten werden gebruikt om gas op te sporen.

Er zijn zelfs honden naar de maan geweest!

Wat vind jij ervan dat mensen dieren leren om hen te helpen ?

3. Hoe doet een?

Kun je de dieren die hier onder staan, nadoen? Je kunt je lijf gebruiken en geluiden maken.

* Hoe doet een papegaai?

* Hoe doet een gorilla?

* Hoe doet een leeuw?

*Hoe doet een Tarantula?

* Hoe doet een krokodil?

* Hoe doet een flamingo?

* Hoe doet een giraffe?

* Hoe doet een slang?

* Hoe doet een pinguïn?

*Hoe doet een haai?

4. Vertel eens?

Wie is er wel eens naar de dierentuin geweest? Wat is je lievelingsdier? Waarom vind je dat dier zo leuk?

8. Speel het verhaal na

Iemand (bijvoorbeeld een juf, meester, broer of moeder) vertelt het verhaal en speelt zelf dat ze/hij naar de dierentuin gaat. De andere mensen die er zijn (bijvoorbeeld de leerlingen) spelen de dieren. Ieder dier wordt uitgebeeld en er mogen de goede geluiden bij gemaakt worden.

Het was een leuke dag, vandaag, want ik ging op bezoek. Nee… niet bij mensen… Ik ging op bezoek bij dieren. Waar kan je op bezoek gaan bij dieren? Inderdaad, in de dierentuin.

In de verte zag ik het poortje al. Ik kocht een kaartje aan het loket en toen mocht ik naar binnen.

Meteen werd ik begroet door een dier. Het was een vogel. Hij zat op een stokje en hij had prachtige veren. Het was een papegaai. Hij hield zijn kopje scheef en riep: “Koppie krauw… koppie krauw…”

Ik kocht wat pinda’s en die gaf ik aan de papegaai. Die was daar zo blij mee, dat hij nog eens riep: “Koppie krauw… koppie krauw…” Daarna ging ik op weg.

De giraffen stonden al klaar. Ze staken hun lange nek uit, om mij goed te kunnen zien. Af en toe aten ze een blaadje van de bomen.

Vlug liep ik door. De dieren die ik het liefste wilde zien, waren de apen. Daar zaten ze. Met zijn allen op rotsen. Sommige slingerden tussen de bomen. Ze maakten allemaal apengeluiden en apenbewegingen.

De gorilla was heel groot. Hij trommelde eens stevig op zijn borst, omdat hij zichzelf heel stoer vond.

Toen ik uitgekeken was bij de apen, liep ik door naar het aquarium. Oei… daar zwommen enge vissen… Ze lieten hun tanden zien en zwommen eng in het rond. Ja, dat waren gemene haaien.

Ik ging op weg naar de leeuwen, maar eerst kwam ik langs een groep roze vogels, die op één been stonden. Ze bewogen hun vleugels. Wat waren ze mooi. Het waren de flamingo’s.

In een kooi zaten uilen op een tak. Ze konden hun hoofden heel ver draaien. Ze keken met hun grote ogen wat ik aan het doen was en ze riepen: oehoe…, oehoe….

Nadat ik een tijdje gelopen had, kwam ik aan bij de leeuwen. Die lagen eerst te slapen, maar toen ze mij zagen, stonden ze op en begonnen ze te grommen.

Ik zag ook nog gemene krokodillen. Ze deden hun bek open en dicht… open en dicht… Ik schrok er een beetje van en liep vlug weg.

Maar de volgende dieren die ik zag, vond ik bijna nog enger. Het waren grote spinnen. Tarantula’s. Brrr… Ze kropen heen en weer.

Ik vond dat het tijd was om een paar boerderijdieren te zien. In de dierentuin was gelukkig ook een kinderboerderij. Ik ging de lammetjes aaien. Ze huppelden door elkaar en blaatten vrolijk.

Er was ook nog een koe. Die stond langzaam gras te eten. Af en toe riep ze: Boeeeee…

Ik vond dat het wel weer genoeg geweest was. Mijn man vroeg ’s avonds wat ik leuker vond. De wilde dieren, of de dieren op de kinderboerderij, maar ik kon eigenlijk niet kiezen!

9. Samen verwerken

Maak een mooie tekening over je lievelingsdier.

Carnaval der dieren

OB-MB-BB-ML

Met carnaval en dierendag raden we je aan weer eens te luisteren naar het Carnaval der dieren.

We weten niet precies wanneer het feest Carnaval is ontstaan. Maar het is waarschijnlijk dat dit feest al gevierd werd voordat het door Christenen gevierd werd, voorafgaand aan Pasen. Het is waarschijnlijk altijd een feest geweest waarin door gekkigheid de boze geesten van de winter verdreven werden, zodat er ruimte kwam voor al het nieuwe leven in de lente.

Hier vind je een filmpje waar een orkest het Carnaval der dieren speelt. Je ziet er een filmpje bij. Dit muziekstuk gaat over verschillende dieren. (Alleen komen er nou net geen honden in voor…dus dat hoedje hadden jullie wel thuis kunnen laten, jongens!) Het is muziek met een verhaaltje. Dat noemen we programmamuziek.

Het carnaval der dieren.

Het muziekstuk is gecomponeerd door Camille Saint Saens. (1835-1921) Saint Saens is een componist uit de periode van de Romantiek. Zeg maar, de negentiende eeuw.

Hij schreef dit muziekstuk in 1866. Dat deed hij voor de grap. Eigenlijk heet het: Le Carnaval des Animaux-Grande Fantaisie Zoölogique. Dat betekent: het carnaval van de dieren; een geweldige dierenfantasie.

Pas in 1922 werd het stuk voor het eerst uitgegeven. Het werd ontzettend populair. De componist beeldt in veel van die delen de eigenschappen van dieren uit. Daardoor is het een beetje “satirisch”…. een beetje “goedmoedig spottend”… zeg maar. Daarom past het ook goed bij Carnaval. dat is ook een soort “spotfeest” waarin dingen uitvergroot en gek worden gemaakt.

Het stuk is tijdens zijn leven maar één keer uitgevoerd, voor zijn vrienden. Hij vond het stuk niet passen voor een serieuze componist.

De andere delen:

De introductie en de koninklijke mars van de leeuw. ( tremolo’s (trillers) en glissando’s (over alle toetsen glijden) van de piano.

Kippen en hanen.

Muilezels of snelle dieren. (heel snel)

Schildpadden. Dit is natuurlijk een langzaam stuk. Het haalt een grapje uit met een ander bekend stuk van Offenbach, dat tegenwoordig bekend is als de Can-Can.

Olifant. Het is pompeus, log en vrolijk. Ook hier gebruikt hij het werk van een andere componist: Berlioz.

Kangoeroes.

Aquarium. Mysterieus. Hierin kun je een glasharmonica horen. (Hoewel ook van een celesta gebruikt wordt.)

Personages met lange oren.

De koekoek in het diepst van het woud. Droevig en schertsend. Je hoort steeds de koekoek.

de volière. Je herkent meteen de vogeltjes.

Pianisten. Hij beschouwt pianisten dus ook als een soort dieren. Je hoort beginnersoefeningen van pianisten, die nog niet zo goed kunnen spelen. Het wordt steeds beter.

Fossielen. Alle instrumenten spelen mee. Hij verwijst naar een ander stuk van hemzelf: de Danse Macabre. De klanken op de xylofoon beelden spelen op botten uit. Er zitten ook kinderliedjes in verstopt.

De zwaan.

Finale

Spinnenwebben

OB-MB-BB-OBS-BBS

Een lied en een dans over de webben die spinnen weven. Spinnen zijn wel kriebelbeestjes, maar het zijn geen insecten.

Ingezongen versie
De karaoke versie

Spinnen weven witte webben. Wat is dat een mooi gezicht!
Druppels dauw met kleine glinsters. Het is net een herfstgedicht.
Pak je een takje en kun je hem buigen, vang je een web en dan heb je een droom.
Weeft de spin een wollen truitje voor de arme, kale boom.

Spinnenwebben

Vind jij spinnenwebben ook zo mooi? Vooral als er dauwdruppeltjes aan hangen… of kleine regendruppeltjes…  Wie van jullie is er bang voor spinnen? Zijn er in Nederland ook giftige spinnen? En… hoe maken spinnen die webben eigenlijk? Misschien kunnen jullie je eens verdiepen in spinnen. In de herfst zijn er genoeg te zien!

Hier staat een link naar Pinterest, waar je heel ideeën vindt voor kastanjewebben

Op de muziek van het liedje kan ook gedanst worden:

Het gaat dan om een heel rustige, simpele, bijna meditatieve,  kringdans.

  • De groep staat hand in hand in een kring.
  • Spinnen weven witte webben: de kinderen lopen naar het middelpunt van de kring. De armen gaan naar voren de lucht in.
  • Wat is dat een mooi gezicht!: de kinderen lopen terug naar de grote kringvorm. Dus de kring gaat uit elkaar. Armen gaan ook terug.
  • Druppels dauw met kleine glinsters: de kring danst rechtsom.
  • Het is net een herfstgedicht: de kring danst linksom.
  • Pak je een takje en kun je hem buigen: kinderen lopen weer naar het middelpunt van de kring. Armen gaan naar achteren de lucht in.
  • Vang je een web en dan heb je een droom: de kinderen lopen terug naar de grote kringvorm. de armen gaan terug.
  • Weeft de spin een wollen truitje: de kring danst rechtsom.
  • Voor de arme kale boom?: de kring danst linksom.

Beestjes van Mr. Luca

OB-MB-ML

Jazzmuziek over kriebelbeestjes waarop je vrij kan bewegen. Je leert hier ook improviseren met jabbertalk.

Mr. Luca maakt, samen met een aantal andere vaders, jazzliedjes voor kinderen. “Jazz” betekent “muziek met héél veel energie!” Als jij in de groep zit te wiebelen, zou juf of meester ook kunnen zeggen: “Zit niet zo te jazzen!” Als je naar het filmpje kijkt en luistert, hoor je dan die energie? En heb je ook zin om zelf op die muziek te bewegen?

Op deze muziek van Mr. Luca kan iedereen even lekker bewegen. Luister er eerst maar even naar.

Beestjes van Mr. Luca

Heb je al meegedanst? Laten we dat nog eens doen. Dan doen we eerst allemaal alsof er een kriebelbeestje op onze voeten loopt.

Dan dansen we er nog een keer op, maar nu doen we alsof we zelf kriebelende, kruipende beestjes zijn!

In het liedje hoor je de meneer gekke woordjes zeggen. Die betekenen niets. Dat heet “scatten.” Kunnen jullie ook scatten? Jullie kunnen zelf ook een scatliedje zingen:

Scatten en jabberen

Scatten lijkt wel een beetje op jabberen. Weet je niet wat jabberpraat is? Jibber jabber is een neptaal. Je speelt toneel en doet alsof je in een gekke taal spreekt. De woorden verzin je zelf.

Luister hier maar eens naar:

De Zweedse chef jabbert er op los. Uit de Muppetshow.

Kan jij dat ook? Misschien doet je juf of meester het wel voor. Misschien stelt ze je wel een jabbervraag. Wie durft er een jabberantwoord te geven?

Misschien kunnen middenbouwers die dit al eens gedaan hebben daarna samen in een groepje van 4 zelf een toneelstukje verzinnen. Daarin moeten ze in jabbertalk spreken.

1 iemand is de chef. 1 iemand is het hulpje van de chef. 1 iemand is de ober. 1 iemand is een klant die in het restaurant komt eten. Niemand spreekt normaal, iedereen jabbert.

Speel het verhaaltje daarna voor de rest van de groep. Zorg dat je verhaaltje een begin en een eind heeft. Ga niet met je billen naar het publiek staan en jabber luid en duidelijk.

Over jazz

Jazz is een muziekstijl die begonnen is met gewoon lekker zelf verzinnen. Dat noem je improviseren. Sommige mensen vinden dat jazz grotemensenmuziek is. Mr. Luca vindt dat kinderen niet alleen maar naar kindermuziek hoeven te luisteren. Vinden jullie dat ook? Luisteren jullie wel eens naar “grote mensen muziek?” Welke muziek is dat dan?

De muziek is beïnvloed door de ritmes uit West Afrika. De jazz is ontstaan in New Orleans, doordat Ragtime, Blues, Folk, Negro spirituals en Franse marsmuziek samensmolten. In het begin vonden ze deze muziek niet netjes.

Later, vanaf de jaren dertig van de vorige eeuw, werd jazz heel populair, maar in de jaren vijftig werden er weer minder jazzplaten verkocht. Dat kwam omdat de jazz “aparter” begon te klinken, door het geëxperimenteer.

Bovendien werden de mensen toen enthousiaster van rock”n’roll dansmuziek.

Maar jazz is niet verdwenen en ook vandaag de dag is er nog jazz.

Zomerquiz en zomeracteren

OB-MB-OSO

Op deze pagina vind je een zomerquiz en je vindt een teacher in role-spel. De leerkracht vertelt het verhaal en speelt het uit en de leerlingen doen het na. Veel zomerplezier!

9
Created on By admin

Wat hoort bij de zomer?

1 / 19

Is dit een zomerplaatje?

2 / 19

Is dit een zomerplaatje?

3 / 19

Is dit een zomerplaatje?

4 / 19

Is dit een zomerplaatje?

5 / 19

Is dit een zomerplaatje?

6 / 19

Is dit een zomerplaatje?

7 / 19

Is dit een zomerplaatje?

8 / 19

Is dit een zomerplaatje?

9 / 19

Is dit een zomerplaatje?

10 / 19

Is dit een zomerplaatje?

11 / 19

Is dit een zomerplaatje?

12 / 19

Is dit een zomerplaatje?

13 / 19

Is dit een zomerplaatje?

14 / 19

Is dit een zomerplaatje?

15 / 19

Is dit een zomerplaatje?

16 / 19

Is dit een zomerplaatje

17 / 19

Is dit een zomerplaatje?

18 / 19

Is dit een zomerplaatje?

19 / 19

Is dit een zomerplaatje?

Your score is

The average score is 77%

0%

  • We beelden de zomer uit:
  • We doen zonnebrand op.
  • We gaan fietsen. We gaan naar de speeltuin.
  • We zetten onze fiets op slot.
  • We gaan naar de wip wap.
  • We gaan op het klimrek klimmen.
  • We gaan schommelen.
  • We eten een ijsje.
  • We gaan zwemmen.
  • We gaan kamperen en zetten een tentje neer. Sla de haringen maar in de grond.
  • We gaan voetballen.
  • We gaan tafeltennissen.
  • We gaan dansen op een feestje.
  • We gaan kersen plukken.
  • We eten aardbeien met slagroom.
  • We gaan marshmallows roosteren in een vuurtje.
  • We gaan lekker koud douchen.
  • We zijn verbrand en smeren aftersun op.
  • We gaan slapen, maar er is een mug.
  • We vallen in slaap, maar het dekbed is te warm.

We maken een fietstochtje.

Een ketting rijgen

OB-MB-OBS

Heb je wel eens een ketting van kralen geregen? Heel lang geleden zongen de kinderen van de “grote school”, oftewel de basisschool daar een liedje over waar een spelletje bij hoorde. Dit is dus een traditioneel volksliedje. Door het spelletje wende je eraan dat je dichtbij elkaar stond en moest samenwerken.

‘k Zou zo graag een ketting rijgen,
Maar ik kon de draad niet krijgen.
Ha, ha. Victoria !
Ha, ha. Victoria !

Hier zie je hoe het spelletje gaat. Dit opent in een nieuw tabblad.

Hoe het spelletje gaat

  • Alle kinderen staan hand in hand in een rij.
  • Eén kind houdt een muurtje vast.
  • De laatste in de rij loopt (terwijl het liedje gezongen wordt) aar het gat tussen de muur en het eerste kind. De laatste kruipt door het poortje en de rest van het rijtje gaat achter hem aan.
  • Dan gaat de ketting verder… en gaat de laatste door het op een na laatste poortje.
  • Je gaat door totdat de ketting geregen is. Je mag natuurlijk niet loslaten, want dan breekt de ketting!

Sterretjes

OB-MB-BB

Lied: Alle sterretjes die stralen

Dit liedje kan je zingen en dansen met kerstmis, maar ook als je een project over de ruimte of het heelal hebt, of over respect, of gevoelens. Het grappige van dit liedje is dat er metaforen in staan. Weet je wat dat zijn?

Luister eerst maar eens naar het liedje en vertel dan waar het over gaat.

Alle sterretjes die stralen

Alle sterretjes die stralen. Weet je wat ik zeggen wou?

In het donker zijn er lichtjes. En die schijnen ook voor jou.

 Wil je stralen, maar je kan niet…. heb je veel te veel verdriet?

Zoek dan even in het donker, tot je sterren ziet. 

Sprinkelesprank…licht is zo ver.  Als je een wens doet, dan valt er een ster.

Ik ben je lichtje wel, dat vind ik fijn. Iedereen kan toch een sterretje zijn!

 

Alle sterretjes die stralen. Weet je wat ik zeggen wou?

In het donker zijn er lichtjes. En die schijnen ook voor jou.

Wil je stralen, maar je kan niet…. heb je veel te veel verdriet?

Zoek dan even in het donker, tot je sterren ziet. 

Sprinkelesprank…licht is zo ver.  Als je een wens doet, dan valt er een ster.

Ik ben je lichtje wel, dat vind ik fijn. Iedereen kan toch een sterretje zijn!

 

Alle sterretjes die stralen. Weet je wat ik zeggen wou?

In het donker zijn er lichtjes en die schijnen ook voor jou!

Je kan taal heel letterlijk gebruiken of figuurlijk. Letterlijk betekent dat het precies waar is wat er gezegd of geschreven wordt. Stel dat er een appel uit een boom valt. Dan kan je zeggen: “De appel valt uit de boom.” Dat is helemaal echt waar.

Figuurlijke taal is taal die iets uitbeeldt. Als een kind in een bepaald opzicht heel erg op de moeder of vader lijkt, kun je zeggen: “De appel valt niet ver van de boom.” Er valt niet echt een appel… maar je vergelijkt de appel met een kind en de boom met een vader en moeder. Dan gebruik je figuurlijke taal.

Spreekwoorden en gezegdes gebruiken vaak figuurlijke taal. In dit liedje gebruiken we ook figuurlijke taal. We vergelijken iets (sterretjes) met iets anders (mensen.)

Bij een metafoor vergelijk je een vieze kamer bijvoorbeeld met een zwijnenstal. Maar je zegt niet: je kamer is net zoals een zwijnestal. Dat is een gewone vergelijking. Nee, je zegt: “Ik ga die zwijnenstal van jou niet in!”

Als iemand wil zeggen dat je heel veel kansen op werk hebt, als je een bepaald diploma haalt, kan hij zeggen: “Met zo’n diploma gaan alle deuren voor je open.” Hij vergelijkt dan de kans op werk met het opengaan van deuren. Er gaan natuurlijk niet echt deuren open.

Het grappige van dit liedje is dat het zowel letterlijk als figuurlijk klopt.

Alle sterretjes stralen, dat klopt. (Al stralen piepjonge sterren trouwens alleen nog maar infrarood straling uit, die je niet zien kan. Pas als sterren ouder zijn, kan je hun lichtje zien.) In het donker schijnen er letterlijk lichtjes.

Maar in het tweede gedeelte van het liedje merk je dat het liedje toch als metafoor bedoeld is. Sterren worden met mensen vergeleken.

“Wil je stralen, maar je kan niet… Heb je veel te veel verdriet…”

Het advies van het liedje is om dan naar de echte sterren te kijken, want dat zijn lichtpuntjes in donkere (een metafoor voor moeilijke) tijden.

In dit liedje kan je de taal letterlijk én figuurlijk gebruiken. De meeste we het woord “sterretje” als metafoor. Het klopt: alle sterren stralen. (Al stralen piepjonge sterretjes alleen nog maar infrarode straling uit en geen licht dat je kan zien.)

Hieronder staat de karaoke versie van het liedje

Twinkel, twinkel.

OB- jongste groep MB-OBS

Lied: Twinkel, twinkel, kleine ster is een traditioneel liedje, daarom hebben we het niet ingezongen, maar alleen een karaoke versie geplaatst.

We hebben het liedje vertaald en er wat woorden bij gemaakt. Je kunt het goed zingen met Kerstmis en met Oud- en nieuw, maar ook als je een project over ruimtevaart hebt.

 


Twinkel, twinkel, kleine ster.
Hemeltje, wat sta je ver.
Twinkel, twinkel, kleine ster.
Hemeltje, wat sta je ver.

Jij straalt als een diamant,
heel ver weg, in Sterrenland.
Twinkel, twinkel, kleine ster.
Hemeltje, wat sta je ver.

Twinkel, twinkel, kleine ster.
Hemeltje, wat sta je ver.
Twinkel, twinkel, kleine ster.
Hemeltje, wat sta je ver.

Het is net alsof jij lacht,
in de koude winternacht.  (in de mooie sterrennacht) 
Twinkel, twinkel, kleine ster.
Hemeltje, wat sta je ver.

Ga je mee op reis?

OB-MB-OBS-BBS

Een liedje dat gaat over op reis gaan. Als je naar het filmpje kijkt, kan je op twee dingen letten.

  1. Wat neemt de jongen mee, die zijn koffer inpakt.
  2. Welke vervoermiddelen gebruiken de kinderen als ze reizen?

Wie heeft de meeste dingen onthouden? (Je kan natuurlijk ook gewoon twee keer kijken en op één van de twee dingen letten 😉 )

De ingezongen versie
De karaoke versie

Ga je mee? Ga je mee?
Ga je mee op reis?
Pak je koffer in.
Goed idee !
Ga je mee? Ga je mee?
Ga je mee op reis?
Maar wat nemen we mee?

Mee naar de zee

OB-MB-BB-BSO-ML

Veel mensen worden geïnspireerd door de zee. Dat is altijd al zo geweest. Charles Trenet maakte er een mooi chanson over. Mr. Bean werd hierdoor geïnspireerd en maakte er een heel mooi, zonnig, vakantie-achtig filmpje bij over naar de zee en het strand toegaan. Dat filmpje is ook leuk als je wat jonger bent. Ook al is het lied in het Frans, iedereen snapt precies wat er bedoeld wordt. Hieronder staat een ruwe vertaling.

Kan je herkennen dat het in het Frans gezongen wordt? Als meer begaafde leerlingen het een mooie taal vinden, kun je hen een les laten doen met Duo lingo.

De zee La mer
Die men ziet dansen Qu’on voit danser
Langs de heldere golven Le long des golfes clairs
Heeft zilveren reflecties A des reflets d’argent
De zee La mer
Reflecties veranderen Des reflets changeants
Onder de regen Sous la pluie

De zee La mer
die in de zomerse lucht verwart Qu’au ciel d’été confond
Zijn witte schaapjes Ses blancs moutons
Met de engelen zo puur Avec les anges si purs
De zee La mer
Azuurblauwe herderin, oneindig Bergère d’azur, infinie

Zie je wel Voyez
In de buurt van de vijvers Près des étangs
Deze grote natte rietstengels Ces grands roseaux mouillés
Zie je wel Voyez
Deze witte vogels Ces oiseaux blancs
En deze roestige huizen Et ces maisons rouillées

De zee La mer
heeft ze gewiegd Les a bercés
Langs de heldere golven Le long des golfes clairs
En een liefdeslied Et d’une chanson d’amour
De zee La mer
Heeft mijn hart voor het leven gewiegd A bercé mon cœur pour la vie

En daarna nog wat herhalingen ;

Mr. Bean

De Engelse komiek Rowan Atkinson speelde vaak het personage Mr. Bean. Dat is een onhandige, egoïstische man die in grappige situaties terechtkomt als hij iets heel gewoons moet doen. Hij is ook sociaal onhandig. Mensen vinden hem raar. Om uit de problemen te komen moet hij steeds allerlei oplossingen verzinnen. Hij heeft vaak een teddybeertje bij zich.

Rowan Atkinson zegt dat hij nu te oud is om zo kinderachtig te doen en heeft aangekondigd nooit meer Mr. Bean te spelen.

Chanson

Chanson is het Franse woord voor lied. Maar het is niet zomaar een liedje. De Nederlander Ernst van Altena bedacht het woord “luisterliedje”.

In Frankrijk hebben artiesten de kunst van het zingen van een lied geperfectioneerd. Ze begonnen dan ook al vroeg met het maken en zingen van chansons.

In de Middeleeuwen had je de troubadours en hun liederen werden ook al chansons genoemd. Het onderwerp was vaak liefde. Maar dan het soort liefde waar een mens een ander mens bewondert van een afstandje. Dat noem je: hoofse liefde.

In de Renaissance werd het lied polyfoon. Dat wil zeggen dat er meerdere stemmen door elkaar klonken. Men gebruikte graag woorden die klanken uitbeeldden. Dat noem je onomatopeeën. Bijvoorbeeld: de wind zucht en steunt; de kassa rinkelt; Het huis kraakt in zijn voegen..; de bijen zoemen er vrolijk op los… Mensen doen dat ook wel eens bij kinderen. Ze noemen een auto dan een toet-toet, bijvoorbeeld. Zo gebruik je woorden om een soort schilderij te maken. Dat is nog steeds een beetje zo in chansons. Er wordt vaak gebruik gemaakt van poëtische teksten. Die kan je niet zomaar heel plat zingen. Daar heb je een echt goede zanger of zangeres voor nodig.

Een chansonnier is iemand die kunst van het zingen van een chanson beheerst. Je moet niet zomaar de woorden zingen… je draagt het lied bijna voor.

Chansonniers zingen allemaal in hun heel eigen stijl.

Vaak wordt een traditioneel chanson begeleid door een accordeon.

Charles Trenet (1913-2001)

Louis Charles Auguste Claude Trenet, noemde zichzelf Charles. Hij was een Franse singer-songwriter en acteur. Als kind was hij lang ziek en moest veel tijd thuis doorbrengen. Hij raakte toen geïnteresseerd in kunst. In 1928 ging hij met zijn moeder naar Berlijn en kwam in contact met poëzie en theater. In Parijs studeerde hij architectuur en vormgeving. Hij ontmoette Johnny Hess, de pianist. Ze werden een beroemd duo. Maar Charles moest in dienst en daardoor stopte hun samenwerking.

In dienst schreef Charles ook al liedjes. Yá d’la joie is heel bekend. Dat werd een grote hit door Maurice Chevalier. In de oorlog speelde Charles ook in films.

Hij werkte vanaf 1930 tot de jaren 90 van de vorige eeuw. Omdat hij zo’n grappig hoedje droeg, noemde mensen hem wel eens “De zingende gek”. In het Frans is dat : “Le fou chantant.”

In Frankrijk hoort hij bij het rijtje grote namen: Edit Piaf en Charles Aznavour.

Na de oorlog ging hij naar de V.S.. Hij werd een groot succes in New york. In 1951 ging hij terug naar Frankrijk. Het ging niet altijd goed met zijn carrière. Hij nam een paar keer afscheid maar keerde steeds terug. Hij overleed op 87 jarige leeftijd. Er is een klein museum waar de originele teksten van zijn liedjes te zien zijn en zijn piano.

Bob Scholte (1902-1083)

Bob Scholte is een groot Nederlands artiest uit de tijd rond de Tweede Wereldoorlog en daarna. Hij werd in 1902 geboren in Amsterdam als Hijman Scholte. Zijn vader was een diamantbewerker. Hij wilde dat zijn zoon voorzanger zou worden in de synagoge. Dat is een gebouw waar Joodse mensen hun geloof vieren. Na zijn basisschool volgde Hijman daarom lessen op het Joods Seminarium. Maar Bob wilde operazanger worden.

In 1916 ontdekte Jules Monas, een dansleraar, hem en kreeg hij een kinderrol aangeboden in de operette De Marskramer, in het theater van Nap de la Mar. Hij speelde al met Fien de la Mar in Carré. Hij trad veel op in het Tip Top Theater, een Joods familietheater in de Jodenbreestraat in Amsterdam.

Hij veranderde zijn naam naar Bob.

In 1931 werd hij echt artiest, bij de AVRO. Hij zong liedjes die nu nog bekend zijn, zoals “Een huis met een tuintje”. In die tijd was de radio ontzettend populair. Er was één programma waar iedereen naar luisterde: “De Bonte Dinsdagavondtrein”.

In de Tweede Wereldoorlog kwam de familie van Bob om in het concentratiekam Auschwitz. Bob overleefde dat als enige.

Na de oorlog zong hij vooral Joodse liederen en hij deed mee aan het programma “Waar blijft de tijd” van Wim Ibo.

In 1966 kreeg hij de Gouden Harp uitgereikt. Er is ook een prijs naar hem genoemd: de Bob Scholte ring. Daarmee werden Nederlandstalige zangers en zangeressen geëerd.

Bah… Zee…

OB-jongste groep MB-BBS-ML

Dit is een gedichtje van juf Ellis. Luister er maar eens naar. Kan jij vertellen over wie dit gaat? Is dat dan perse juf Ellis? Of kan een schrijfster ook over iets schrijven dat helemaal niet waar is? Wat vind jij?

Nee, nee, ik ga niet mee.
Ik wil niet met je naar de zee!
Laat me raden… Pootjebaden..
Dat vind ik een stom idee!
Nee! Neehee! Ik ga niet mee.
Zand en strand: niet oké!
Zeker vallen in de kwallen…
Hè bah. Gatsie. Nee!

Het gedichtje gaat ervoer dat niet iedereen het leuk vindt op het strand. Het spreekwoord zegt: smaken verschillen. Wat wordt daar mee bedoeld?

Hou jij van naar het strand toegaan? Sommige mensen houden meer van het bos, of van de stad en weer anderen houden meer van een berglandschap. Waar ga jij graag heen in de vakantie?

Leer het gedichtje uit je hoofd. Kun je het opzeggen?

De zinnen in gedichtjes hebben (net zoals liedjes) een ritme. Sommige woorden of lettergrepen duren langer en sommige duren korter. Kun je horen waar je een woord wat langer moet aanhouden? Korte en lange klanken samen maken een ritme.

Clowns

OB-MB-OSO

Op deze pagina vind je een liedje over clowns. Er is een makkelijke en een moeilijke versie. Ook vind je hier filmpjes waar je naar clowns kan kijken, een bewegingstussendoortje en een acteeropdracht over clowns.

Dit is een eenvoudigere versie. Hier wordt alleen het couplet twee keer gezongen, met het muziekje waarop kinderen kunnen doen alsof ze clown zijn ertussen.

De eenvoudige versie

De eenvoudige versie couplet-uitbeeldmuziekje-couplet
De karaoke versie van het eenvoudigere lied

‘k Hou van hi-hi-hi-hi-hi, ‘k Hou van ho-ho-ho-ho-ho,
want een clown die laat je lachen en steelt de show.

Moeilijkere versie:

Het ingezongen lied, uitgebreide versie
UItgebreide karaoke versie

Het uitgebreide liedje dat hierboven staat, heeft een refrein en een couplet. Tussendoor hoor je een muziekje. Daar kunnen de leerlingen uitbeelden wat clowns doen.

‘k Hou van hi-hi-hi-hi-hi, ‘k Hou van ho-ho-ho-ho-ho,
want een clown die laat je lachen en steelt de show.
Lachen is gezond. Lachen maakt je blij.
Lach maar om mijn grapjes en doe maar vrolijk mee met mij…..
‘k Hou van hi-hi-hi-hi-hi. ‘k Hou van ho-ho-ho-ho,
want een clown die laat je lachen en steelt de show!

Bewegingstussendoortje van cooking class over clowns

Een bewegingstussendoortje van Cooking Class

Over clowns

We gaan het hebben over clowns. Zijn er alleen maar vrolijke clowns? Waar vind je clowns? Wat zijn Cliniclowns? Ben je wel eens in het circus geweest? En heb je daar ook clowns gezien? Wat waren dat voor clowns en wat deden ze?

Kijk maar eens naar dit filmpje van clowns. Let op: de acts met de ballonnen moet je nooit thuis doen, want als je zoiets over je hoofd doet, krijg je geen lucht! Dit zijn natuurlijk speciale ballonnen.

Clowns zijn artiesten die mensen vaak aan het lachen willen maken. Dat doen ze door dingen “groter” te spelen. “Groter spelen” wil zeggen: overdrijven.

Clowns doen dan bijvoorbeeld of ze héél erg schrikken van een knal. Ze vallen om, of doen hun ogen héél wijd open. Of ze doen alsof ze ontzettend dom zijn en de simpelste dingen niet snappen.

Mensen vinden dat vaak grappig om naar te kijken. Zo wekken clowns lachlust op. Lachlust betekent “zin om te lachen”. Lachlust kan je opwekken. Daar komt het woord “lachwekkend” vandaan.

Bij een clown denk je vaak aan iemand in een te grote broek, met veel kleuren, raar haar en heel veel kleurige schmink. Maar clowns kunnen er ook héél anders uitzien.

Een heel beroemde clown van eind 19e begin 20e eeuw, was Charlie Chaplin.

Sommige mensen zijn dol op clowns, maar er zijn ook mensen die er bang voor zijn.

Charlie Chaplin was een bijzondere clown. Hij had bijvoorbeeld wel grote schoenen, maar verder geen schmink. Toch vertoonde hij clownsgedrag en moesten mensen erg om hem lachen. Hij speelde een soort zielig mannetje, waarin iedereen zich wel herkende.

Ook Stan Laurel en Oliver Hardy (ze worden ook wel de dikke en de dunne genoemd) waren een soort clowns. In het filmpje kun je zien dat ze groot acteren.

Pas na 1927 werd het mogelijk om geluid bij film te laten horen. De films van voor die tijd waren “stomme” films. Ze bedoelen niet dat ze niet leuk waren, maar dat er niet gepraat werd. In die tijd werd natuurlijk veel mime gebruikt. Dat is toneelspelen door mimiek, grote gebaren en lichaamstaal. Dat ziet er al gauw clownesk uit.

Soms waren er films waarin lichamelijke acties heel belangrijk waren, zoals vechtpartijen, achtervolgingsscènes, valpartijen, rare gezichten trekken en dergelijke. De ene na de andere grappige situatie komt voorbij. Denk maar eens aan mensen die over een bananenschil uitglijden, of die met taarten gooien, of mensen die ladders dragen, die omdraaien en tegen iemands hoofd stoten. Dat soort films noem je slapstick. Het woord komt van een houten ritme instrument. Als je het gebruikt klinkt er een enorme klap, zonder dat er veel kracht voor nodig is.

Ook vandaag de dag zijn er nog artiesten die clownerie gebruiken. Denk bijvoorbeeld eens aan Mr. Bean. Dat is een personage uit een strip, die meesterlijk op de planken is gebracht door Rowan Atkinson. Let maar eens op dat ook hier nauwelijks gesproken wordt.

Oefening 1: teacher in role

Als je als een clown wil kunnen acteren (toneelspelen), moet je een goede mimiek (gebruik van je gezichtsuitdrukkingen) hebben en duidelijke lichaamstaal kunnen spreken. Je moet dus overdrijven. Wij gaan ook eens proberen om “groot” te spelen. Daarom gaan we even met ons lijf en gezicht oefenen:

  1. We draaien ons hoofd van links naar rechts en doen net alsof we aan die kant iets heel raars zien.
  2. We doen ons hoofd omhoog alsof we een vogel zien vliegen en daarna omlaag omdat er een hoopje poep op de stoep ligt.
  3. We bewegen onze heupen van links naar rechts en dan andersom, om ze los te maken
  4. We gaan buikdansen. Daarna gaan we buikdansen met onze handen in de lucht
  5. We trekken onze knieën om de beurt héél hoog op
  6. We gaan door de ruimte lopen met stappen waarbij we onze knieën heel hoog optrekken
  7. We gaan in slow motion door de ruimte lopen
  8. We gaan juist met piepkleine pasjes door de ruimte lopen
  9. We gaan overdreven door de ruimte lopen, alsof er een grote hond achter ons aan zit. We grijpen met onze handen naar onze broek, terwijl we “au, au, au” roepen.
  10. We komen op onze plaats staan en we gebruiken onze handen om een gekke bek te trekken
  11. We trekken een gekke bek zonder onze handen te gebruiken
  12. We gaan door de ruimte lopen en tegelijkertijd gekke bekken trekken
  13. We doen alsof er een emmer water omvalt. Het water gaat over ons hoofd heen. We schrikken heel overdreven en gaan dan overdreven huilen
  14. Wie kan er nog meer clowns scenario’s bedenken? Een scenario is een soort script. Een voorschrift van wat je gaat spelen.

Oefening 2: Speel en maak het grappig:

Je kan de volgende opdracht als een mime-opdracht doen. Dan mag je er niet bij praten en alleen gebaren maken. Je kan ook afspreken dat je er wél geluid bij mag maken.

  1. Je heet Bozo en je bent een clown die heel vlug, héél boos wordt. Je loopt met grote clownsstappen. Plotseling pikt iemand je clownshoed van je af. Hoe reageer je als Bozo, de boze clown?
  2. Je heet Pipo en je bent een heel blije clown. Je loopt met grote, blije clownsstappen. Dan zie je een héél mooi meisje. Hoe doet Pipo? Pipo tovert een bloem tevoorschijn en maakt een mooie buiging voor het meisje.
  3. Je heet Neppie en je bent een clown die altijd pech heeft. Je loopt met grote, voorzichtige clownsstappen door de ruimte. Plotseling valt er een emmer water over je hoofd. Hoe reageer je als Neppie, de clown die een pechvogel is?

Verzin zelf je verhaal, samen met iemand:

  1. Verzin eerst zelf wat voor clown je bent. Ben je een vrolijke, blije clown, of een clown die altijd pech heeft? Of een heel grappig boze clown?
  2. Wat is je clownsnaam?
  3. Hoe zie je eruit?
  4. Waar werk je? Ben je een cliniclown? Of ben je een circusclown? Of treed je op op partijtjes?
  5. Je komt de andere clown tegen. Verzin een grappige ontmoeting.
  6. Wat gebeurt er dan? Maak je verhaaltje grappig.

Wat vind jij van clowns?

Zou jij een clown willen zijn en als je dat wil, zou je het kúnnen zijn?

Bestaan er clownsscholen?

Schepje

OB-OSO

Een bewegingsliedje dat bij de zomer hoort. Lekker naar de zee en het strand toe met papa of mama om daar zandkastelen te bouwen.Echt iets voor de zomervakantie. In het filmpje zie je welke bewegingen je erbij kunt maken.

Het liedje gezongen door Club So
De karaoke versie van het liedje

Met mijn schepje, met mijn emmertje ,
ga ik met papa naar het strand, naar het strand.
Met mijn schepje, met mijn emmertje,
bouw ik kastelen in het zand.

Als ik wegga en weer terugkom,
zie ik mijn kasteel niet staan!
En dat heeft de zee dan stiekem,
met haar eb en vloed gedaan.

Stoute, stoute, stoute zee!

Met mijn schepje, met mijn emmertje ,
ga ik met papa naar het strand, naar het strand.
Met mijn schepje, met mijn emmertje,
bouw ik kastelen in het zand.

Dansstijlen

OB-MB-BB-OBS-BBS-ML

Er zijn verschillende manieren waarop mensen dansen. Dat noem je stijlen van dansen. Soms hoort een bepaalde dansstijl bij een bepaalde muziekstijl. Op hiphop muziek kan je ook hiphop dansen. Ballet doe je vaak op klassieke muziek.

Maar…. eigenlijk mag je zelf weten hoe je beweegt op muziek. Behalve natuurlijk als iemand een mooie dans bedacht heeft en precies heeft opgeschreven wat je moet doen. Dat heet dan een choreografie. Dan moet je precies doen wat de choreograaf bedacht heeft.

Hieronder staan wat filmpjes van dansstijlen. Probeer maar eens mee te doen. Als je niet in een grote zaal bent, kun je op je plaats rennen.

Ik verlang naar een brief

MB-BB-ML

Heb jij wel eens een brief gekregen, of een ansichtkaart? En heb je wel eens een brief geschreven, of een kaart naar iemand gestuurd? Spoekie wil heel graag een brief krijgen van zijn vriendin Divisia. Luister maar eens naar het leidje. Hij wil een liefdesbrief… Heb jij wel eens een liefdesbrief gehad?

Ik verlang naar een brief. Gedachten op een blad,
die jij hebt opgeschreven. Iets dat jij hebt vastgehad.
Ik wil geheime woorden als: “Ik hou van jou, mijn schat!”
Ik wil een brief met postzegel, die neerploft op mijn mat.

Een ouderwetse liefdesbrief. Een brief voor mij alleen!
Een brief die ik bewaren kan… een strikje er om heen.

Ik verlang naar een brief. Of vraag ik nu te veel?
Jij zegt: “Ik zal je appen, of ik stuur je wel een mail.”
Maar zelfs als jij me belt en zegt: “Jij bent mijn liefste lief!”,
kan dat het nog niet halen bij een échte liefdesbrief.

Vind je het een mooi lied en wil je het zelf ook zingen? Dan kan je hier kijken:

Ingezongen versie met tekst erbij
De karaoke versie van het lied

Laten we een brief schrijven, of een mooie tekening maken. Dan kunnen we die versturen. Weet je hoe je een brief moet posten? Dit kan je zien in het filmpje hiernaast. Het is wel een Vlaams filmpje. In Nederland staan er ook nog letters bij de postcode.

Over de rode loper 1

OB-MB-BB-OSO-BBS

Als je beroemde mensen wil zien, kun je eens gaan kijken naar een plek waar beroemdheden over de rode loper lopen. De mensen die in beeld komen, zijn voorbeelden van een bepaald groep. Het gaat dus om hun beroep, niet om de naam van die personen. Hoewel de bovenbouw het liedje misschien wat simpel vindt, kan het wel even snel gezongen worden als introductie van de acteerles.

Een ingezongen versie van het lied

Over de rode loper.
Ben ik goed te zien?
Klik, klak, een foto.
Ken je mij misschien?

De karaoke versie van het liedje

Waar komt het gebruik van lopen over de rode loper vandaan?

Het is niet helemaal zeker waar het gebruik van “de rode loper” vandaan komt. Er wordt beweerd dat er een “purperen loper” voorkwam in een Grieks toneelstuk uit 458 voor Christus. Dat stuk heette Agamemnon. Die koning was steeds in oorlog met andere volkeren, tijdens de Trojaanse oorlogen. Zijn vrouw baalde daar van. Zij zat steeds alleen thuis. Om te zorgen dat hij weer kon varen en wind in zijn zeilen kreeg, offerde hij zijn dochter op aan de goden. Om het nog erger te maken nam Agamemnon een van zijn liefjes (Cassandra) mee naar huis. Clytaimnestra was er klaar mee. Ze rolde een donkerrode loper uit… zo rood als bloed en vermoordde haar man en zijn minnares.

In 1821 zou President Monroe van de V.S. van een boot stappen, op een rode loper. Dat vond het publiek prachtig.

In 1902 leidden de spoorwegen van New York belangrijke mensen naar hun wagon over een rode loper.

De rode loper werd vanaf die tijd gebruikt om ervoor te zorgen dat mensen zich bijzonder voelden.

Vanaf 1922 gebeurde dat in Hollywood het eerst voor de premère van de film Robin Hood. Vanaf die tijd bracht de rode loper glitter en glamour in Hollywood. Dat paste natuurlijk ook goed in Hollywood.

Mensen vonden het leuk om naar zo’n rode loper gebeurtenis te gaan, want daar kon je beroemdheden zien.

In 1961 ging men de rode loper gebruiken bij het uitreiken van de filmprijzen; de Oscars.

Tegenwoordig wordt de rode loper heel vaak uit de kast gehaald. Bijvoorbeeld bij bruiloften, of bij eindexamengala’s.

Kijk eens naar dit filmpje en bedenk wat voor soort mensen over de rode loper lopen.

Voor het acteer-gedeelte van deze les, kun je op deze pagina kijken:

Over de rode loper, acteren

Over de rode loper 2

OB-MB-BB-OSO_BBS

Dit is de oefening van de rode loper. Wie loopt er allemaal over een rode loper? Ja, inderdaad, filmsterren, rockstars, bruiden, koningen en koninginnen… Beroemde mensen! Daar hebben we een leuke acteeroefening bij verzonnen.

Als je samen “doet alsof”, leer je elkaar goed kennen en vertrouwen. Bovendien is het leuk om te acteren. Heronder vind je een podcast, waarin een serie acteeroefeningen stap voor stap wordt uitgelegd. Onderaan de pagina kan je de tekst van de podcast ook lezen.

In de onderbouw kan de juf of meester steeds het voorbeeld geven (teacher in role) en in de hogere groepen kunnen jullie je eigen fantasie gebruiken en zelf improviseren.

We gaan vandaag toneelspelen, of… met een mooi woord: acteren. Dat is een ander woord voor doen alsof. Als je acteert, speel je een rol. Je bent dus niet jezelf, maar je speelt dat je iemand anders bent. We gaan doen alsof we over een rode loper lopen. Die ligt er natuurlijk niet echt, dus we moeten doen alsof.

En vandaag spelen we mensen die over een rode loper lopen. Het is een serie oefeningen die we vaak doen bij Kzing. Veel leerlingen vinden het leuk om dit te doen. We hopen dat jullie er ook van genieten. Je hebt wel ruimte nodig voor deze oefening.

Om een rol goed te spelen, moet je je fantasie en je verstand gebruiken. Je moet nadenken hoe je die andere persoon gaat uitbeelden. Hoe kijkt iemand? Dat heet mimiek. Hoe beweegt iemand? Dat is iemands lichaamstaal. Hoe spreekt iemand? Dat is iemands dictie. Je fantaseert hoe jouw personage is en doet.

Om te acteren, moet je dus wel een beetje gek durven doen. Soms moeten andere mensen lachen, omdat ze het grappig vinden hoe jij iemand nadoet. Dat moet je eigenlijk niet kunnen schelen, want het betekent dat jij het heel goed doet.

Nou, genoeg gepraat. We gaan beginnen. Laten we dat doen met een simpele oefening. We doen alsof er een rode loper uitgerold is. Die loopt van de ene kant van de ruimte naar de andere.

Weet je wat een rode loper is? Dat is een soort lang, smal tapijt dat je uit kunt rollen.

Weet jij wanneer en waarom mensen een rode loper uitleggen? Dat doen ze vaak op een bijzonder moment, om belangrijke personen welkom te heten. Mensen die over de rode loper heengaan, zijn op dat moment belangrijk.

Het kunnen koningen of koninginnen zijn, of een bruid en een bruidegom. Want als zij trouwen, zijn zij die dag de belangrijkste personen. De rode loper wordt ook vaak uitgelegd voor filmsterren, als de eerste uitvoering van een film plaatsvindt. Dat heet “een première”. Dan staan er allemaal fotografen langs de kant die foto’s maken.

Zo, nu weten jullie genoeg en is het tijd voor opdracht 1

Opdracht 1

Stel je voor dat er in het lokaal waar jullie zijn een rode loper ligt, die van de ene kant van de zaal naar de andere is uitgerold. Ga allemaal achter elkaar in een rij staan. Zet deze podcast even stop en loop er achter elkaar overheen, op een gewone manier. Daarna luister je verder.

Opdracht 2

Hebben jullie dat gedaan? Dat was niet erg moeilijk, toch? Loop er nu Dan nog een keer overheen, maar dan allemaal op een grappige manier. Met een huppeltje, of een grappig loopje. In de onderbouw kan de juf of meester vooroplopen en het voordoen. De leerlingen kunnen achter juf of meester aangaan en de bewegingen nadoen. Maar in de hogere groepen kunnen jullie waarschijnlijk zelf wel verzinnen hoe je over de rode loper gaat. Wees creatief! Tot straks.

Opdracht 3

Hallo. Dat was nog niet zo lastig, toch? Omdat er nog geen publiek was, werd je nog niet zo bekeken. Maar…als je toneelspeelt, moet je er aan wennen dat je bekeken wordt. Dat vinden sommige mensen heel leuk, maar andere mensen vinden dat een beetje spannend. Dat geeft niet. Jij kan er echt wel aan wennen dat je bekeken wordt. Daar heb je heel veel aan. Want dan wordt het houden van een spreekbeurt, of een nieuwe groep binnenlopen, veel gemakkelijker voor je.

Nou, ik vertel de opdracht. De hele groep gaat nu zitten als publiek. Ze kijken dus naar de rode loper. Jullie gaan nu niet achter elkaar, maar één voor één over de rode loper, terwijl de rest kijkt. Je loopt heel rustig tot halverwege de rode loper.

Daar draai je je om naar je publiek en je zegt: Ik ben … dan noem je je naam. Je draait je weer terug en loopt heel rustig de rode loper af. Let op: niet rennen. En… eerst stilstaan voor je wat zegt. Kijk je publiek aan en praat rustig en duidelijk. Probeer het maar. Tot zo.

Opdracht 4

Lukte het? Waren er geen mensen die heel hard de loper afrenden? Durfde iedereen heel luid en duidelijk de eigen naam te noemen? Erg knap! Dit is de volgende opdracht. Je loopt op dezelfde manier over de rode loper, terwijl de rest toekijkt. Maar nu sta je halverwege de rode loper stil, je noemt je naam en je zegt daarna: “En dit is mijn voorkant…. waarbij je op je voorkant wijst”. Dan draai je je rustig om, zodat je met je achterkant naar je publiek staat. Dan zeg je: “En dit is mijn achterkant.” Vervolgens loop je weer rustig de rode loper af.

Ik zou dan dus zeggen: “Ik ben juf Ellis…” Dit is mijn voorkant. En dit is mijn achterkant.

Het is niet gek als je dit een beetje spannend vindt, hoor. Bijna iedereen vindt het niet prettig als hij niet ziet wat mensen doen. Toch is dit een belangrijke oefening. Tot zo!

Opdracht 5:

De volgende oefening is voor de onderbouw. De bovenbouwers mogen deze opdracht overslaan, behalve als jullie het leuk vinden om deze oefening ook te doen.

Eén kind loopt achter de leerkracht aan en doet hem of haar na. De rest van de kinderen is het publiek. Juf of meester gaat als verschillende dieren over de rode loper, bijvoorbeeld als beer, kikker, olifant, kangoeroe.. Het kind doet de juf of meester na. De andere kinderen klappen, als hun collega klaar is. Het is erg knap om dit te doen! Veel succes!

Opdracht 6.

Hai, hoe ging het? Durfde iedereen het? Heeft iedereen dit gedaan? Dat vinden wij sowieso al heel knap! De volgende oefeningen worden moeilijker. Misschien vindt de onderbouw het nu wel spannend genoeg geweest. Dan kan jullie juf of meester nu met deze podcast stoppen, hoor.

Tot slot gaan we er nu een spel van maken, door de oefening uit te breiden. Je doet alles wat we tot nu toe deden, maar je als je op de rode loper staat en je voor- en achterkant hebt laten zien ga je 3 dingen over jezelf vertellen.

Twee van die drie dingen moeten waar zijn en één heb je verzonnen. Bijvoorbeeld: -ik ben in 2012 geboren, -ik mis mijn achterste kies, doordat ik een keer van de fiets ben gevallen, -mijn konijn heet Flappie. Leerlingen die denken dat ze weten welke van die drie dingen niet waar is, steken hun vinger op. Jij geeft iemand een beurt en die mag zeggen wat hij denkt. Degene die het goed geraden heeft, mag daarna over de rode loper.

Zo leren jullie elkaar goed kennen!

Opdracht 7:

Voor dappere acteurs gaan we nog een stapje verder. We gaan op verschillende manieren over de rode loper lopen. Daar moet je je eigen fantasie bij gebruiken.

Iedereen kan bijvoorbeeld als fotomodel over de rode loper. Of je loopt als Sinterklaas over de rode loper. Of misschien wel als voetballer die het EK heeft gewonnen. De rest van de groep speelt fotograaf en maakt foto’s, met flitslicht. Luister je straks nog naar de laatste opdracht?

Veel plezier met de acteeroefeningen!

Lekker doen alsof

OB-MB-BB-SO

Acteren is een ander woord voor “doen alsof”. Je kan dat natuurlijk op een echt podium doen, maar je kan het ook gewoon lekker thuis doen. Jongere kinderen spelen wel eens dat ze “zogenaamd” iemand zijn. Dat is ook acteren. Als je acteert, stel je je voor hoe het is om iemand anders te zijn. Je doet net alsof je die persoon bent. Daar leer je heel veel van.

Lekker doen alsof. Zogenaamd iemand zijn.

Dus niet echt. Alleen maar voor de lol.

Laat zien wat je voelt en wat je bedoelt.

Luister.. ik fluister… je rol.

Uitwerking

Je zingt het lied. In de tussenstukjes beeld je iets uit. Misschien de voorbeelden van het liedje, maar misschien ook wel iets of iemand anders.

Misschien kunnen jullie er een raadspel van maken. Iemand speelt een bepaalde rol en de rest moet raden wie dat kind uitbeeldt. De leerling die een rol gespeeld heeft, mag nu in het oor van de volgende leerling fluisteren wat of wie die leerling moet uitbeelden. In de bovenbouw kan je ervoor kiezen om beroemdheden uit te beelden. Een leerkracht kan ook namen op kaartjes schrijven.

De regen, Joe Hisaishi

OB-MB-BB-SO-ML

Deze prachtige muziek is gecomponeerd door de eigentijdse componist Joe Hisaishi. (1950- …) die in Nagano in Japan geboren werd. Eigenlijk heet hij Mamoru Fujisawa. Hij is een beroemde Japanse componist, arrangeur en dirigent en hij schrijft ook nog eens. Hij maakt muziek in heel veel verschillende genres. Moderne genres zoals minimalistische en elektronische muziek, maar ook nieuwe klassieke muziek en filmmuziek.

Misschien heb je zijn muziek wel eens gehoord in tekenfilms van Studio Ghibli. Zijn muziek is heel beeldend en wordt juist daarom vaak in films gebruikt.

We laten hier “La pioggia” horen. Dat betekent: de regen. Het komt waarschijnlijk uit “Het dagboek van een vroege winterregen”. Informatie over dit stuk was lastig te achterhalen. Er werden verschillende dingen verteld. Maar het is hoe dan ook een prachtig stuk muziek !

Zomer met Joe Hisaishi

OB-MB-BB- SO-ML

Deze zomermuziekjes zijn gecomponeerd door de eigentijdse componist Joe Hisaishi. (1950- …) die in Nagano in Japan geboren werd. Eigenlijk heet hij Mamoru Fujisawa. Hij is een beroemde Japanse componist, arrangeur en dirigent en hij schrijft ook nog eens. Hij maakt muziek in heel veel verschillende genres. Moderne genres zoals minimalistische en elektronische muziek, maar ook nieuwe klassieke muziek en filmmuziek. Misschien heb je zijn muziek wel eens gehoord in tekenfilms van Studio Ghibli.

Zijn muziek is heel beeldend en wordt juist daarom vaak in films gebruikt. We laten hier twee composities horen. Misschien kan jij daar zelf een film bij bedenken?

Je kan de stukken zelf spelen op toetsen, aan de hand van twee synthesia.

Zomer van Joe Hisaishi

Het vrolijke nummer hierboven heet “Zomer”. Hoewel het niet perse bedoeld is als programmamuziek, zeggen veel mensen dat ze er een zonnige dag in hun jeugd in horen. Kinderen die op warme dagen lekker rondrennen, terwijl ouders in tuinen praten en er al eten gekookt wordt. Herken jij die beelden? Of roept de muziek andere gevoelens bij jou op?

Een eenvoudige synthesia van dit nummer
Een zomerdag van joe Hisaishi

Deze muziek komt uit de wereldberoemde anime “spirited away”, de reis van Chihiro, van de beroemde Studio Ghibli.

Chihiro en haar ouders nemen een verkeerde afslag. Ze komen terecht in een geestenwereld. Chihiro maakt daar allerlei avonturen mee.

Welke beelden zie jij bij deze muziek?

Wil je deze muziek zelf spelen? Kijk dan of dat lukt met deze synthesia.
Deze versie is nog iets eenvoudiger

Kiekeboe

OB-MB-SO

Een liedje over de zon die je vraagt of je komt buiten spelen.

Kiekeboe, kiekeboe

Kijk, ik schijn, dus kom je nou?

Kiekeboe, kiekeboe.

Want ik schijn speciaal voor jou.

Weet je dat het lente (of zomer) is?

Ook al is het nog wat fris?

Kiekeboe, kiekeboe

Kijk, ik schijn, dus kom je nou?

Kiekeboe, kiekeboe.

Want ik schijn speciaal voor jou.

Nee, je jas hoeft niet meer dicht.

Ik geef jou mijn gouden licht.

Kiekeboe, kiekeboe

Kijk, ik schijn, dus kom je nou?

Kiekeboe, kiekeboe.

Want ik schijn speciaal voor jou. 3 x

Rondom de zomer

OB-MB-BB-SO-ML

21 juni begint de zomer. Dat is dat heerlijke seizoen waarin het vaak lekker warm is, waarin je buiten kan zwemmen en waarin het grote vakantie wordt. Hier vind je materiaal om een week lang aandacht te besteden aan alle leuke dingen van de zomer.

Maandag: De zomer

Dinsdag: zingen, acteren en luisteren naar de zomer

Woensdag : we gaan naar het strand en de zee

Donderdag : kriebelbeestjes in de zomer en zelf een film bedenken bij zomermuziek

Vrijdag: we wensen je een heel fijne zomer !

Inspiratie door kunst

OB-MB-BB-SO-ML

Het woord ‘inspiratie‘ komt van het Latijnse woord ‘in spirare’. Dat betekent “inademen”, of “inblazen”. , Er wordt je dus een idee “ingeblazen”. Je kijkt naar iets, of je hoort iets… en dan krijg je zelf een idee om iets nieuws te maken. Vandaag gaan we kijken hoeveel inspiratie jullie hebben.

Hieronder staan een aantal beroemde schilderijen. Ze komen uit verschillende periodes in de geschiedenis. Leerlingen kunnen in groepjes verdeeld worden. Ieder groepje kiest één schilderij. Ze kunnen op opgevouwen papiertjes in een bak zitten. Ieder groepje pakt er dan één uit.

Ieder groepje laat zich inspireren door het kunstwerk. De groep mag er een Tableau vivant bij maken ( b.v. 3 foto momenten), een mime stuk bij spelen (zonder te praten), een toneelstuk bij verzinnen, of er een Jabbertalk toneelstuk (zelf klanken bij verzinnen) bij maken.

Zorg dat het verhaal een kop en een staart heeft. Sta niet met je rug naar het publiek. Als je mag praten, doe het dan luid en duidelijk en articuleer goed. Gebruik lichaamstaal en mimiek (grote gezichtsuitdrukkingen).

Je mag er ook een gedicht bij maken, of een muziekstuk bij maken.

Na enige tijd laten de groepjes aan elkaar zien en horen wat ze gemaakt hebben. Mensen kunnen elkaar tips en tops geven.

1
2
3
4
5
6
7
  1. Prehistorische grotschildering ongeveer 40.000 jaar oud
  2. Engelen, stukje uit de Sixtijnse Madonna, Rafael 1513-1514

3. Schepping handen, stukje uit een plafondschildering van de Sixtijnse kapel. Hand van God en van Adam. Michel Angelo Buonarotti

4. Het vrolijke huisgezin, Jan Steen , 1668

5. Treurende oude man, Van Gogh

6. De Schreeuw, Edvard Munch, Noors 1893

7. Vlinderboot, Dali 1937

8. Peoples, Karel Appel 1969

Onderzoeksopdracht

Als je meer wil weten over een van de schilderijen, of over een van de kunstenaars, kun je dat zelf gaan opzoeken.

Kleine draak

OB-SO

Dit is het liedje van de kleine draak. De kleine draak kan geen mensentaal spreken. Maar hij voelt natuurlijk wel allemaal dingen. Soms lijkt kleine draak boos.. maar eigenlijk is hij dan bijvoorbeeld verdrietig. Als kleine draak aan Joris uitlegt hoe hij zich voelt, kan Joris hem helpen en dan wordt kleine draak weer een blije draak.

Ingezongen liedje
De karaoke versie van het liedje

Kleine draak is niet blij.

Blaast een vlam naar mij.

Zeg me, wat is er dan?

Zodat ik jou helpen kan.

Acteren

Joris heeft een kleine draak gevonden. Hij heeft hem meegenomen naar huis en net zolang bij zijn moeder gezeurd tot de draak mocht blijven, hoewel de draak heel veel hondenbrokjes eet. Maar met draken moet je wel oppassen. Voor je het weet hebben ze je kamer in brand gezet. Gelukkig is de draak van Joris meestal lief en spuugt hij geen vlammen uit.

Hoe komt het dat de kleine draak boos doet? Is hij ergens boos over? Of is hij verdrietig? Welke gevoelens kan de kleine draak nog meer hebben?

Leerlingen kunnen uitbeelden hoe kleine draak zich voelt. Ze kunnen dat zonder woorden doen (mime) of ze kunnen het in jibber jabbertaal vertellen. Jabbertalk is neptaal. Je kan alle klanken gebruiken die je leuk vindt.

Je kan een leerling iets vragen. Die moet dan antwoorden in Jabbertaal.

Teachter in role. Pantomime. Jibber/jabber.

Kabouters

OB-OSO

Dit liedje gaat over de kabouters. In sommige sprookjes wordt er verteld dat kabouters en dwergen in donkere tunnels graven naar goud. In het eerste stukje van het liedje (dat noem je het voorspel), kunnen leerlingen spelen dat ze kabouter zijn. Ze lopen gebogen en dragen hun hakbijlen op hun rug.

Het liedje wordt voorgezongen
De karaoke versie van het liedje

Wie weet waar de kabouters wonen?
Wie weet waar ze zijn?
Wie weet waar de kabouters wonen.
Hun huisjes zijn zo klein.
Diep in het bos, tussen het mos,
zie je ze, misschien.
Diep in het bos, tussen het mos,
Er wonen er wel tien.
1,2,3,4,5,6,7,8,9, 10 !

In plaats van hakbijlen, kunnen de leerlingen ook boomwhackers dragen. De “kabouters” lopen in de maat op. Als ze in een rij staan, laten ze zich zien aan het publiek en tikken in de maat mee. Na afloop gaan ze één voor één af; terwijl ze tellen.

Wonderland

OB-MB jongste groep

Een liedje, een teacher in role spel en een rijmpje/klapspelletje, die allemaal gaan over Alice, die in Wonderland terecht komt.

Hier hoor je hoe het liedje moet klinken
Dit is de karaoke versie

Wie wil er wel naar Wonderland?

Wie wil er met me mee?

Volg dan de haas die haast heeft

en drink vlug een kopje thee.

Samen, samen, samen hand in hand.

Samen, samen, in een wonderland.

Uitwerking: maak een tekening

Ken je het verhaal van Alice in wonderland? Eigenlijk is dit geen sprookje, maar een verhaal dat door meneer Lewis Carroll bedacht is.

Lewis vertelde het aan een klein meisje, dat écht Alice heette en aan haar familie. Maar het verhaal lijkt wel op een sprookje.

Het gaat over de avonturen van een klein meisje dat door een gat in de grond valt naar Wonderland toe. Dat is een soort sprookjesland.

Zou jij een tekening kunnen maken van jouw sprookjesland? We kunnen samen spelen dat we naar Wonderland toegaan. Doe je mee?

Uitwerking: teacher in role

We vallen door een donkere tunnel.

We staan in een heel bijzonder land. Het gras is blauw, de lucht is groen… (verzin zelf ook eens hoe het eruit ziet!)

Heee. wat zie ik daar? (Een klein bloemetje. Pluk het.)

Het is je lievelingskleur. (Wat is dat?)

Er hangt een klein flesje aan. Heel schattig. Er hangt een briefje bij waarop iets geschreven staat. Wat denk je dat er op staat?

Er staat op: “Drink me.”

Dat doen we. Wat gebeurt er?

We groeien….. groeien… (Beeld uit.)

O jee……. Hoe worden we weer klein? (Vraag)

We zien een briefje aan een tak van een hele hoge boom hangen, naast een paars appeltje. (Uitrekken)

Wat staat er op?

Er staat op: eet mij. Wat zou er gebeuren? .

We krimpen…. Krimpen… (Beeld uit)

Plotseling komt er een haas aan lopen. Hij heeft een horloge bij zich. Hij heeft blijkbaar heel erge haast. (Wat is haast?)

(Wat doe je als je haast hebt?) Hij loopt heel hard. Hij roept: Opzij, opzij… ik heb haast…

We rennen achter hem aan:

de heuvel op,

de heuvel af,

we springen over een plas,

we rennen verder en

door een poort gaan we naar een tuin.

We komen op een plek waar allemaal mensen samen thee zitten te drinken. We gaan zitten. We zien gekke mensen en diertjes zitten.

We zien een gekke koningin. Ze wuift.

We zien een hoedenmaker, met een hele hoge hoed. Hij schenkt thee in.

We drinken onze thee. We doen suiker in de thee en roeren.

We zien Twiedeldie en Twiedeldum. Ze zien er uit als een paasei en ze hebben ook een grote zaak met chocolade-eitjes bij zich. Daarna mag iedereen een (paas) eitje kiezen. Ze zijn verpakt in allerlei verschillende kleurtjes papier. Welke kleur papier kies jij?

De hartenvrouw komt langs. Ze vertelt dat ze een schaal met hartjeskoekjes had, maar iemand heeft de koekjes opgegeten.

De koningin wordt woedend: Wie heeft een koekje van de koekjesschaal gepakt?

Versje: (dit zeg je op terwijl je steeds eerst met twee handen op je knieën slaat en daarna in je handen klapt. Degene van wie de naam genoemd is, mag de volgende persoon kiezen die van de koekjesschaal gesnoept zou hebben.)

Wie nam een koekje van de koekjesschaal?

Ellis nam een koekje van de koekjesschaal.

Wie ik?

Ja man!

Ikke niet.

Wie dan?

Haas pakt zijn horloge. Het is al heel laat.

We lopen de weg terug, in omgekeerde volgorde:

door de poort,

ver de plas,

heuvel op,

heuvel af,

voorbij het bloemetje tot we weer bij het

gat zijn.

We klimmen omhoog en we zijn weer terug.    

Dans met de beren

OB-OBS

Een liedje waarbij je kan musiceren en acteren. Bij het musiceren gaat hem om in de maat lopen en om het beleven van de parameters “zacht en sterk”. Dat kan je uitbouwen met boomwhackers of ritme instrumenten.

Je kan het liedje ook gebruiken bij het sprookje van Goudlokje en de drie beren. Je kan dit verhaal samen naspelen. (Teacher in role). Kijk maar eens naar het filmpje waarop meester Evan dat doet met een groep.

Sluip/ stamp met de beren, dan word je beresterk.
Zet allebei je voeten, maar lekker aan het werk.
Van linksom, rechtsom, linksom, rechtsom
Lekker samen sluipen/stampen, daar houden beren van.

Wat doen we met het lied? 

Je kunt net als de beren meestampen in de maat. Zo kan je goed ervaren wat maat eigenlijk is.

Je kan de parameters zacht en sterk (in de muziek noemen we “hard”, “sterk”.) aanleren. Beren kunnen hard stampen, maar ook zacht stampen. In de muziek heet “hard” “sterk”. Eigenlijk gebruiken we Italiaanse namen zacht is piano, sterk is forte.

Teacher in role

Hier kun je zien hoe meester Evan het verhaal dat eronder staat met de kinderen uitspeelt :

 

Het verhaal

  1. Wie gaat er mee naar het bos? Het is lente! (Iedereen natuurlijk :)) 
  2. We lopen over een hoge heuvel. We lopen de heuvel weer af.  (Doe je)
  3. We lopen over een lange weg.  (Doe je)
  4. Kijk, daar ligt het bos.  (Wijs) 
  5. We lopen het bos in.  (Doe je)
  6. Wat kraakt er zo onder onze voeten? (Wacht antwoord af. Takjes, dennennaalden)
  7. Waar ruikt het in de lente naar?  (blaadjes, bloemen…  )
  8. Wat horen we nou?  (fluiten…. Vogeltje)
  9. Rits rats roets…. Een eekhoorntje klimt de boom in..Wat is het mooi hier hè?
  10. In de verte zien we een heel klein huisje liggen. (Wijs) Zullen we er naar toe gaan?
  11. We lopen er naar toe.  (Doe je)
  12. Het huisje heeft 3 deurtjes. Eén grote, één middelgrote en één kleintje.  (Gebaren) 
  13. We gaan naar binnen. Door welk deurtje ga jij?  (Ieder kind mag door een eigen gekozen maat naar binnen.) 
  14. Wat een gezellig huisje!
  15. Als we binnen zijn, zien we een tafel met drie stoeltjes. Eén grote, één middelgrote en één kleintje.  (Gebaren) 
  16. Op welk stoeltje ga jij zitten?  (Ieder kind gaat op een eigen gekozen formaat stoeltje zitten.) 
  17. Op de tafel staan drie kommejtes pap. Eén hete. Een warme en ééntje met koude pap.
  18. Bij de hete pap ligt een grote lepel. Bij de warme pap een middelgrote lepel en bij de koude pap een klein lepeltje. We gaan van alle bakjes pap even proeven.
  19. Waar smaakt de pap naar? Is het lekker? Een beetje lekker? Of is het vies? Dat moet ik aan je gezicht kunnen zien.
  20. Dan gaan we van onze stoel af. Hoe moet dat? Waar zat je ook al weer op?  (Ieder kind gaat er op de eigen manier vanaf.) 
  21. Hee… er zit ook een trap in het huisje. We klimmen de trap op.  (Doe je)
  22. Er is een gezellig slaapkamertje met drie bedjes. Eén grote, één middelgrote en één kleine.  (Gebaren) 
  23. Oh… wat zijn we moe van de pap en de trap… Waar wil jij in liggen?  (Ieder kind gaat in het eigen formaat bedje liggen.) 
  24. We vallen in slaap. (Doe je)
  25. Plotseling horen we een deurtje. Er klinkt een papastem die zegt: Heee…. Wie heeft er op mijn stoel gezeten? Dan klinkt er een mamastem die zegt…. Huh? Wie heeft er van mijn pap gegeten? Een klein stemmetje zegt: nou moe,  er heeft ook iemand op mijn stoeltje gezeten! En er heeft ook iemand van mijn pap gegeten! (Doe dit met passende stemmetjes) 
  26. Opeens horen we voetstappen op de trap stampen.
  27. Een klein stemmetje zegt: Papa, mama…Er ligt iemand in mijn bedje.
  28. Van wie zijn die stemmen? Ze zijn van de drie beren.
  29.  Beren? (Schrik)  Dan moeten we wegrennen. (Doe je)

Als we spelen dat we op weg zijn, zijn er tussendoor allerlei vragen. Weet-vragen, maar ook fantasie-vragen, waarbij je zelf iets moet bedenken.

Het verhaal speelt zich af in de lente, maar je kan het heel gemakkelijk aanpassen, natuurlijk, zodat je dit sprookje ook in een ander seizoen kan spelen

Spillebeen

OB-OBS

Lied: Op een grote paddenstoel, traditioneel

Dit is een liedje over een kabouter die niet stil kan zitten. Dit liedje zongen je opa en oma ook al. Het is een volksliedje, of een traditional.

Bij Kzing hebben we er een nieuw muziekje bij gemaakt. Als je ergens een muziekje bij maakt en verzint door welke instrumenten het gespeeld moet worden, heet dat arrangeren. We hebben het liedje dus opnieuw gearrangeerd.

Omdat iedereen dit liedje bijna kent, hebben we er geen ingezongen versie van gemaakt. Als jullie dat graag willen, kunnen jullie een mailtje sturen naar info@kzing.nl, dan doen we dat alsnog.

Alleen een karaoke versie,
omdat haast iedereen dit liedje kent

Op een grote paddenstoel, rood met witte stippen,
zat kabouter Spillebeen heen en weer te wippen.
“Krak!” zei de paddenstoel; met een diepe zucht,
vloog kabouter Spillebeen, hoepla in de lucht.

Maar kabouter Spillebeen hield niet op met wippen,
op een nieuwe paddenstoel, rood met witte stippen.
Daar kwam vader Langbeen aan en die zei toen luid:
“Moet dat stoeltje ook kapot? Spillebeen, kijk uit!”

Je kan ook makkelijk dansen bij dit liedje.

Iedereen zoekt een collega om mee te dansen. Je gaat tegenover elkaar staan en pakt elkaars handen kruislings vast.

Bij regel 1: Op een…… dans je samen in het rond. De armen zijn gestrekt

Bij regel 2: Zat kabouter… Om de beurt omlaag en omhoog

Bij regel 3: Krak zei de ….. maak je een “pomp” beweging. Heen en weer trekken.

Bij regel 4: dat doe je nog steeds tot: hoepla in de lucht. Daar laat je de handen los, doet ze omhoog en omlaag.

Bij het tweede couplet zijn de bewegingen hetzelfde.

Doornroosje

OB-MB-BB-SO-ML

Hou je van een sprookje? Luister dan eens naar deze bijzondere muziek. Er zit een mooi filmpje bij. Herken je het verhaal?

De Pavane van Doornroosje

Je hoorde de Pavane van Doornroosje van Maurice Ravel. Wat vind je van de muziek?

Maurice Ravel was een Frans componist die van 1875 tot 1937 leefde. Die periode heet in de muziekgeschiedenis “modern.” Ravel maakte tonaal moderne muziek. “Tonaal” betekent dat de muziek echt mooi en begrijpelijk klinkt.

Ravel schreef dit stuk tussen 1907 en 1910 voor de twee kinderen van vrienden, als quatre mains. (voor vier handen) Later maakte hij er voor een vriend een solostuk van. In 1911 maakte hij er een orkestversie van en nog een jaar later een ballet suite. Hij schreef er nog wat stukjes bij.

Hij maakte vooral “impressionistische” muziek. (Net als de beroemde inpressionistische componist Claude Debussy.)

Een pavane is een langzame dans. Dit stuk is een deel uit de suite Moeder de Gans. Een suite is een verzameling stukken, die in dit geval de sprookjes van Moeder de Gans als inspiratiebron hebben. Impressionisme is een muziekstuijl die je een indruk van de sfeer geeft. In dit geval gaat het om de sfeer van het slapende Doornroosje.

De onderdelen van de suite zijn:

1. Pavane van Doornroosje, die in het bos slaapt

2. Klein Duimpje

3. Laideronette, de lelijke heks, keizerin van de pagoden.

4. Het gesprek tussen Belle en het Beest

5. De feeërieke tuin. (De betoverende tuin.)

Nog wat meer informatie over Maurice Ravel

De moeder van Ravel was Spaans en zijn vader een Zwitser. De familie verhuisde naar Parijs. Ravel kreeg vanaf 7 jarige leeftijd pianoles. Hij is naar het conservatorium van Parijs gegaan. Zijn pianistenopleiding maakte hij niet af, maar later ging hij compositielessen volgen bij Gabriel Faure. Hij schreef veel pianostukken, maar later ook héél veel orkestmuziek. Uit veel van zijn muziek blijkt dat hij dol was op Spanje.

Ravel heeft tijdens de Eerste Wereldoorlog als chauffeur gewerkt voor het leger. In 1916 ging hij ziek naar huis. Hij is nooit getrouwd en kreeg geen kinderen, maar hij schreef wel voor kinderen. Niet alleen de sprookjes van moeder de gans, maar ook het kind en de tovenarijen.  Hij bleef wonen in het huis van zijn moeder en reisde niet veel.

Wel reisde hij in 1928 voor concerten door de Verenigde Staten en Canada. Toen maakte hij zijn bekendste stuk: De Bolero. Hij kreeg een ziekte waardoor hij niet meer kon schrijven en stierf op 62 jarige leeftijd in Parijs.

Hij schreef veel prachtige muziek. Er is nog een dans van hem die wereldberoemd is geworden. Dat is de Boléro. Die staat hieronder.

Bolero van Ravel

Zeg Roodkapje

OB-MB-BB-ML

Hier vind je bladmuziek om het liedje “Zeg Roodkapje, waar ga jij henen” met boomwhackers te spelen.

Je kan het natuurlijk ook op toetsen spelen. Zet je duim dan op c, je wijsvinger op e, je ringvinger op g en je pink op a. De d speel je ook met je wijsvinger.

Circusparade van Kzing

OB-MB-BB-SO

Ga je mee naar circus Kzing? Leerlingen van Kzing hebben twee keer een verhaal over een circus gespeeld. In dit filmpje zie je daar beelden van. Maar je ziet ook beelden uit een echt circus.

Ben je wel eens in een echt circus geweest? Wat heb je daar allemaal gezien? Heb je ook het terrein gezien waar de wagens van de artiesten stonden?

Het woord circus wordt gebruikt voor rondreizende artiesten die in een tent hun kunsten laten zien. Maar het wordt ook gebruikt voor de tent zelf. Het woord komt uit het Latijn. Dat is de taal van de Romeinen. Zij gebruikten dat woord voor de renbanen waar zij wagenrennen hielden. Die renbanen waren in de vorm van een cirkel. Dat woord lijkt dan ook op het woord circus. Mensen gebruiken het woord ook wel eens om aan te geven dat ze vinden dat er teveel drukte wordt gemaakt van iets. “Het was een heel circus!”

Vroeger was er geen televisie en er is zelfs een tijd geweest dat er geen film was. In die tijd was het heel bijzonder als er een circus in de stad kwam. Vaak liepen de artiesten en hun dieren dan in een optocht door de stad. Dat noemde men de circusparade. Een parade is een feestelijke optocht, waarbij je laat zien wat er allemaal is. Dit nummer is een bedoeld om een Circusparade op te houden.

Misschien kun je met je groep wel circusje spelen. Iedereen verzint in groepjes “acts”. Een act is een kleine voorstelling. Bijvoorbeeld een klein stukje waarin clowns optreden, een klein stukje met een goochelaar, een klein stukje met een slangenbezweerder, een klein stukje met acrobaten, een klein stukje met iemand die jongleert… Je kan allerlei acts bedenken.

Eén persoon is de spreekstalmeester. Dat is de meneer of mevrouw die alle artiesten aankondigt. Natuurlijk ga je ook posters maken, om je voorstelling aan te kondigen.

Misschien kan iemand kaartjes maken. Er kan ook iemand aan de kassa zitten die de kaartjes knipt. Als alle acts klaar zijn, kan je een voorstelling houden.

Wie weet, laten alle artiesten zich eerst wel in een optocht aan het publiek zien! Dan kan je dit muziekje gebruiken!

Het is super leuk om circusje te spelen!

Een bewegingstussendoortje over Clowns

Dag en doei

OB-MB-BB

Een liedje om samen afscheid te nemen van het schooljaar en voor leerlingen van groep 8 zelfs van school! Wie heeft er zin in grote vakantie?

Zeg maar dag en doei, de vakantie komt eraan.

Straks schijnt de zon en zijn we vrij; we kunnen op vakantie gaan.

Hee bedankt en tot ziens. ’t Is de hele zomer feest.

Geef mij een boks en een high five; het is een prachtig jaar geweest.

Elke klas is leeg.

Nergens brandt het licht.

Wij doen lekker niks.

Deze school is dicht.

Zeg maar dag en doei, etc.

Het telkuiken

OB-SO

We gaan vandaag rekenen. We gaan eieren tellen. Of… tellen we nou juist kuikens? Kijk maar eens naar het filmpje. Tel je mee? En kan je de cijfers al schrijven?

Hier kan je horen hoe je het liedje moet zingen
De karaoke versie van het liedje

Krak, krak, krak, brak het ei.

Piep, piep, piep. Kuiken erbij.

Weet je wat dat kuiken zei?

Ik kan tellen, net als jij.

Kijk, als je door scrollt, komt er telkens 1 kuiken bij. Je doet eigenlijk een plus-som. Je bent aan het optellen. Er komt steeds 1 kuiken bij. Erbij.

Nu halen we er steeds 1 af. Je bent aan het aftrekken. Je maakt een min som. Min 1.

Welke kleur?

OB-MB-BBS

In dit liedje leer je de namen van alle kleuren. Als je in groep 3 zit, ken je die natuurlijk al lang al. Maar kan je die namen dan ook al schrijven? Je kan dit lied ook als dictee gebruiken.

Dit liedje is ook heel goed bruikbaar met Koningsdag, op 27 april. Oranje is immers de kleur van de koning en van alle Nederlanders. Veel landen hebben een kleur (of meerdere kleuren) die belangrijk voor hen zijn. Vaak hangen die samen met de kleuren van hun vlag. Hieronder leggen we uit waarom de kleur oranje zo belangrijk is voor veel Nederlanders.

Hier kan je luisteren hoe het liedje moet klinken
De karaoke versie van het liedje

Kleuren. Kleuren.
Kleuren hier en daar.
Weet je welke kleur dit is?
Zeg het maar !

Waarom is oranje zo’n belangrijke kleur voor Nederlanders?

Oranje is de familienaam, zeg maar de achternaam, van de Nederlands koninklijke familie. Ze horen, als je het deftig wil zeggen, tot “het Huis van Oranje-Nassau”. Dat komt doordat hun voorvader Willem van Oranje heette. Ze noemen hem ook wel de stichter van Nederland, of de Vader des vaderlands.

Veel Nederlanders vinden dat deze kleur van ons allemaal samen is en zijn er trots op. Als je deze kleur draagt, laat je zien dat we bij elkaar horen. Daarom zie je ook allemaal oranje spullen als er sportwedstrijden zijn. Daarmee zeggen we: wij horen bij Nederland en bij elkaar en bij deze fantastische sporters.

We dragen deze kleur ook vaak op Koningsdag. Dat is de verjaardag van de koning van Nederland: Willem-Alexander. Hij viert zijn verjaardag op 27 april. Omdat dit een koning is die sporten erg belangrijk vindt, is er ook altijd veel aandacht voor bewegen.

Dans de lente 2

Hieronder vinden jullie het liedje van de lente, maar nu zijn er drie coupletjes. De eerste keer zing je het woordje: zing… de tweede keer het woordje: klap en de derde keer het woordje: dans. In het stukje zonder woorden, kan je zelf dansen of bewegen. Je vindt hier ook materiaal om de boomwhackers bij dit lied te gebruiken. En… wat zie je eigenlijk allemaal in dit filmpje?

Vind je het lied te moeilijk… kijk dan eerst bij “Dans de lente 1”

Hier zingt Lara het liedje voor jullie
Dit is de karaokeversie

Zing/ Klap/ Dans de lente, doe maar met ons mee!

Dans de lente, doe maar met ons mee!

Dans de lente, doe maar met ons mee!

Dans de lente. Goed idee!

Het lied k begeleiden met ritme-instrumenten

Als je ritme-instrumenten gebruikt, kan je overal het ritme meespelen. Als je boomwhackers gebruikt als ritme-instrument, kan je de f en de d boomwhackers de eerste drie regels laten meespelen. De laatste regel staat in een andere harmonie, dus daar moeten alle boomwhackers dan eigenlijk stil zijn, om geen dissonant te horen. Dat is een mooie oefening in wachten, maar als dat niet lukt, is het niet erg.

Een harmonische begeleiding spelen

Als je boomwhackers gebruikt om de onderstaande harmonische begeleiding te spelen:

Geef een aantal leerlingen een f boomwhacker

en een aantal leerlingen een d boomwhacker

Geef een paar leerlingen die kunnen wachten een a boomwhacker, of bespeel deze zelf. De a komt namelijk maar een paar keer voor.

Zorg dat de leerlingen met dezelfde boomwhackers in groepjes bij elkaar zitten. Als leerlingen Wijs zelf aan welk boomwhacker groepje aan de beurt is. Kinderen kunnen meelezen wanneer ze aan de beurt zijn op het onderstaande blad:

De melodie-versie

Tot slot vind je hieronder de volledige versie van de melodie. Je kan hem spelen op toetsen of boomwhackers. Nodig zijn:

c boomwhacker (die komt weinig voor!)

d boomwhacker

e boomwhacker

f boomwhacker

Begin met Beethoven

OB-MB-BB-OBS-BBS

Spelen en zingen

Op deze pagina staat een stuk van Beethoven: Ode an die Freude (ode to joy). Een loflied op de blijheid. We hebben er nieuwe woorden op gemaakt, die passen bij het begin van het schooljaar. We gaan het samen spelen (bijvoorbeeld op de boomwhackers of op toetsen waar de stickers opzitten) en zingen en naar de vorm kijken.

Luister er eerst maar eens naar, voor je het gaat spelen. We zingen het een beetje langzaam, zodat je het kan volgen. Hieronder staat het liedje opgeschreven in de kleuren van de boomwhackers en de toetsen. Je hebt c d e f g nodig.


Iedereen die is hier aardig.
Niemand doet een ander pijn,
want we moeten samenwerken,
omdat wij collega’s zijn.

Als we zorgen dat het hier goed gaat,
dan wordt het vast een heel leuk jaar.
Wees maar zuinig op de spullen
en respectvol naar elkaar.

Als je het stuk liever van een synthesia speelt, kun je hier kijken: 

Tutorial met synthesia, very easy 

Je kan het ook van noten lezen:

Hier zie je het stuk genoteerd in noten. De letters die eronder staan, zijn doedels of akkoorden. Zo kan je het met een hele groep spelen.

Luisteren

Loflied op de vreugde is een super bekend nummer, misschien wel het bekendste dat Beethoven ooit heeft gemaakt. Het heeft heel veel muzikanten geïnspireerd om een eigen versie te maken. Luister maar eens naar wat verschillende arrangementen, in verschillende stijlen.

Dit is is een flashmob-versie 

Hier hoor je het verschil tussen twee versies: klassiek/jazz

Wat vind jij van deze techno-versie? 

Dit is een fusion versie, waarbij een Indiase speler het thema speelt, met gebruik van Indiase invloeden

Welke versie vind jij mooi? Kan je ook uitleggen waardoor dat komt? Misschien kan je het wel opschrijven in een paar woorden!

Wie was Beethoven?

Beethoven is een componist die in 1770 in Bonn, in Duitsland, werd geboren. Hij overleed in 1827 in Oostenrijk. Hij leefde in de periode van de Romantiek. Dat is ongeveer de 19e eeuw. Hij maakte muziek voor orkest, maar ook voor piano. Hij werd doof. Dat is natuurlijk heel naar voor een musicus. Je ziet zijn hoofd wel eens op een piano staan. Natuurlijk niet zijn echte hoofd, maar een beeld van zijn hoofd.

De woorden die bij dit muziekstuk horen, zijn geschreven door Friedrich von Schiller. Hij was een dichter uit Duitsland. Hij schreef het in 1785 en paste het in 1803 een beetje aan. De woorden van het gedicht zijn best ingewikkeld. Eigenlijk zegt Schiller dat blijheid ervoor zorgt dat mensen als broers en zussen met elkaar omgaan.

Freude, schöner Götterfunken,      Vreugde, prachtige vonk van de goden
Tochter aus Elisium,                         Dochter van het Elysium *
Wir betreten feuertrunken,            Wij betreden, dronken van passie, 
Himmlische, dein Heiligthum.        hemselse, jouw heiligdom. 
Deine Zauber binden wieder,         Jouw magie herenigt weer
Was die Mode streng getheilt,        wat men scheidde. 
Alle Menschen werden Brüder,      Alle mensen verbroederen
Wo dein sanfter Flügel weilt.         waar jouw zachte vleugel zich welft.

*De Romeinen dachten dat de mensen die zich heel gelukkig voelden op de Elysische velden woonden.

Het gedicht is heel bekend geworden, doordat Beethoven  het in zijn negende symfonie gebruikte als eindstuk. Een eindstuk waarbij een koor de tekst zingt. Dat heet een koorfinale. Hij schreef dit stuk in 1823.

Tijdens de Olympische spelen van 1956, 1960 en 1964 werd deze koorfinale al als volkslied voor het Duitse team gespeeld.

In 1972 koos de Raad van Europa het lied uit als volkslied. En in 1985 werd het door alle staatshoofden en regeringsleiders van de Europese Unie officieel uitgekozen als volkslied van de Europese Unie.

Dat komt natuurlijk vooral door de regel: Alle Menschen werden Brüder. Dat betekent: alle mensen worden broeders. Dus: alle mensen zijn goed met elkaar.

Vormanalyse

Leerlingen die al wat meer gewend zijn aan luisteren, kunnen het stuk nog eens beluisteren. Nu moeten ze letten op de vorm. Dat heet “vormanalyse”. Je luistert en bedenkt of je er patronen in kan ontdekken. Komen er regels terug? Zij die precies gelijk, of net even anders? Hoe is het muziekstuk opgebouwd? Lijken sommige stukjes op elkaar? Wordt alles even sterk gespeeld?

Regel 1,2 en 4 lijken erg op elkaar. Alleen hoor je bij regel 1 dat de muziek nog niet echt is afgelopen.

Bij regel 2 en 4 klinkt het echt afgelopen. Die zijn echt hetzelfde.

Alleen het derde stukje is héél anders.

De vorm is A-A*-B-A3

Kriebelbeestje

OB-MB-OSO

Wies is er bang voor kriebelbeestjes? Dat is toch helemaal niet nodig. Jij bent veel groter dan zij zijn. Die beestjes zijn trouwens heel belangrijk voor de natuur. Soms ruimen ze rommel op. Soms helpen ze om plantjes te bestuiven. Soms geven ze ons iets, bijvoorbeeld honing.

De ingezongen versie van het liedje
Dit is de karaoke versie van het liedje

Kriebelbeestje in het groen…
Niet zo bang, echt ik zal je niks doen.
Want ik weet.
(echo)
Hoe je heet.
(echo)
Je bent een ……

Ken jij deze kriebelbeestjes?

Kijk, twee haasjes !

OB-SO

Dit versje leent zich natuurlijk goed voor de Paastijd.

Het is een variatie op een traditioneel handspelletje dat met peuters en kleuters gedaan kan worden, maar in groep 3 vinden veel kinderen het af en toe ook nog leuk. Eigenlijk is het een ouderwets spelletje dat aan tafel gespeeld kan worden, net zoals “In de maneschijn.”

We hebben het iets meer educatief gemaakt voor groepen die iets meer aankunnen, door het versje uit te breiden met een stukje waarin de kleuren geoefend kunnen worden. Ook de letter waarmee de kleur begint, staat in het ei.

Helemaal onderaan de pagina staat oefenmateriaal.

Dit is een klein stukje van het versje.
Hiermee kan begonnen worden.
Dit is de uitgebreide versie van het versje, waarmee ook kleuren en de beginletters van de kleuren geoefend kunnen worden.

Je maakt met beide handen een v van de wijsvinger en middelvinger. Deze twee dubbele v’s, lijken op haasjes. Je houdt ze onder tafel, of achter je rug.

Kijk, daar komen twee haasjes aan.

(Laat één v zien)

De één heet Mo.

(Laat de andere v zien)

De ander Daan

(Haal haasje Mo is weg of stop hem weer achter je rug)

Dag Mo.

(Haal de v die haasje Daan is weg)

Dag Daan !

En tussen de wortels in de wei

Bij de puntjes wijs je een kleur aan van een kledingstuk van een kind. Kennen de kinderen die kleur? Zijn er meer kinderen die die kleur dragen?

zie ik opeens een mooi ………. ei

r

b

g

g

o

w

z

b

r

p

l

Mieke

OB-MB-BB-SO-ML

Wie houdt er niet van een volksliedje?

Dit bekende traditionele lenteliedje kan meegespeeld worden met boomwhackers, of op toetsen. Leuk om dat voor Pasen te doen!

Volg de kleuren maar.

Oefen eerst de langzame versie.

Speel daarna de snelle versie met de muziek mee.

Dit is de korte versie zonder dat er meegespeeld wordt.
Deze versie kan je meespelen op de muziek. Hij gaat wel wat sneller.

Boerderijgeluiden

OB-MB-BB-S)

Op deze pagina vind je de geluiden van een aantal boerderijdieren. Als je op de plaatjes klikt, kom je op YouTube waar je filmpjes met de geluiden vindt.

Fruithap: c d e f g

OB-MB-BB-ML

Fruithapje is een liedje om te zingen tijdens het fruit eten, of om mee te spelen op boomwhackers, toetsen of metallofoon. Als je in de bovenbouw zit, vind je het misschien geen leuk lied om te zingen, maar wel om als oefening te spelen.