Spring in, spring uit

OB-MB-BB

Spring in, spring uit, een gezellige energizer voor de “spring”, oftewel de lente. Een leuk spelletje om buiten te doen, of in een grote zaal. Het traint je oplettendheid, terwijl je lekker beweegt. Je wordt er wel wakker van!

Spring in, spring uit.

De hele groep staat in een kring. De leerkracht is de leider. Die zegt wat iedereen moet doen. Spring in, betekent naar voren, de kring inspringen. Spring uit, betekent: naar achteren, uit de kring springen.

Na een tijdje kan het spel moeilijker worden. De leider kan ook zeggen: Je doet alles omgekeerd. Dan zegt en doet de leider: spring in, maar hij springt uit.

In de middenbouw kan iemand anders ook de leider zijn, als het spel bekend is. Daar vertelt de leider eerst de regel:

Hij begint met: Je zegt wat ik zeg en je doet wat ik doe. Hij kan eerst kiezen uit: Spring in en spring uit.

In de middenbouw kan de leider ook meerdere bewegingen noemen: spring in, spring uit, spring links, spring rechts.

Als dat goed gaat, kan de middenbouw ook oefenen met: doe het omgekeerd. Je springt dus rechts, als de leider links zegt. Je springt uit als de leider spring in zegt.

Wie het fout doet, is af en moet op de grond gaan zitten.

In de bovenbouw kunnen de regels nog veel moeilijker worden.

1: “Je zegt wat ik zeg en je doet wat ik doe.”

2: Je zegt wat ik zeg, maar je doet niet wat ik zeg. (Je doet het tegenovergestelde)

3: Je zegt niet wat ik zeg (dus het tegenovergestelde) en dat doe je ook.

4: Je zegt niet wat ik zeg (dus het tegenovergestelde) maar je doet wél wat ik zeg.

Wie het fout doet, is af en moet gaan zitten.