Sinterklaas gaat met de trein

OB-MB-BB

Meestal komt Sint met de stoomboot, maar soms gaat dat niet. Dan moet Sint een ander vervoermiddel kiezen. De trein bijvoorbeeld.

Sinterklaas gaat met de trein.

 

Sinterklaas staat op de kade; kijkt verschrikt, de lucht is zwart.

En het blijft maar stormen, stormen. Windkracht 20 is te hard.

Hoe moet hij in Holland komen? Hij moet er 5 december zijn.

Dan opeens heeft hij besloten: “Sinterklaas gaat met de trein!”

 

1e REFREIN:

Sinterklaas gaat met de trein.

(tjoeke tjoeke, tjoeke tjoeke, honderdduizend prentenboeken)

Zal hij er de 5e zijn?

(tjoeke tjoeke, tjoeke tjoeke, tjonge wat een taaie koeken!)

Niet met het vliegtuig, niet met de boot.

’t Is te gevaarlijk, het risico te groot.

Sinterklaas gaat met de trein.

 

Help die gorte pakken pakken; sjouw ze maar naar het station.

Games en barbies gaan logeren in de goederenwagon.

Sint, z’n staf, z’n paard, z’n mijter, op spoor 5 daar moet je zijn.

Intercity Spanje-Holland.

Sinterklaas gaat met de trein.

 

2e REFREIN

Sinterklaas gaat met de trein.

(tjoeke tjoeke, tjoeke tjoeke, zoek maar goed in alle hoeken!)

Zal hij er de 5e zijn?

(Tjoeke tjoeke, tjoeke, tjoeke tjoeke heel hard zingen en niet vloeken)

Niet met het vliegtuig. Niet met de boot.

t’ is te gevaarlijk, het risico te groot.

Sinterklaas gaat met de trein.

 

Tjoeke-tjoek, de trein gaat rijden. Tjoeke-tjoek, de trein rijdt door.

Langs de sinaasappelbomen, helemaal naar Holland’s spoor.

Alle mensen komen kijken, omdat ze er bijna zijn.

Zwaaien, zwaaien, jongens, zwaaien!

Sinterklaas komt met de trein.

 

1e REFREIN.

 

2e REFREIN

 

Stap in de trein met Sint dit jaar;

Allemaal aan boord en dan: rijen maar…

 

1e REFREIN.