1. Het speelapparaat

ML

Je speelt niet alleen met je vingers piano, maar met je hele lijf.

Alle onderdelen van je lijf die je nodig hebt om piano te spelen, noem je samen het “speelapparaat”.

Je speelapparaat bestaat uit je:

-vingers

-handen

-onderarmen

-bovenarmen

-de schouder

Als één onderdeel te gespannen is, lukt spelen niet zo goed.

Daarom moet je leren vanaf het begin af aan ontspannen te spelen.

Hoe moet je zitten?

Het meisje heeft een mooie rechte rug.
Haar schouders zijn niet opgetrokken.
Haar armen vormen een rechte lijn.
Haar billen zitten niet te ver boven haar knieën.

Ga lekker op je kruk zitten.

Zorg dat je voeten plat op de grond staan.

Je knieën zijn ongeveer in een rechte hoek gebogen. Ga niet te hoog zitten. Zorg dat je billen niet te hoog boven je knieën zijn.

Hoe moeten je handen staan?

Laat je handen lekker los langs je lijf bungelen.

Til ze op en breng ze zo op de piano.

Ze staan dan een beetje gekromd. Dus je strekt ze niet. Alsof er een klein mandarijntje onder je vingers zou kunnen passen.

Hier zie je hoe de handen eruitzien als ze ontspannen zijn. Je ziet ook dat het meisje op de toppen van haar vingers speelt.

Klik op de link voor de volgende oefening