De herfst van Antonio Vivaldi

OB-MB-BB

Luister naar De herfst, uit de Vier jaargetijden van Antonio Lucio Vivaldi. Deze klassieke muziek uit de periode van de Barok is geschreven bij een gedicht, een sonnet.

De vier jaargetijden is één van de eerste programmatische werken. Dat betekent: één van de eerste werken die een soort verhaal in muziek was. Vivaldi maakte voor elk jaargetijde een stuk dat uit drie delen bestond. In het totaal dus 12 stukken. Hij deed dit naar aanleiding van vier sonnetten. Dat zijn gedichten. Voor elk jaargetijde één. Men denkt dat hij de gedichten zelf schreef.

De herfst


De herfst staat in F majeur. Dat is een vrolijke toonsoort. Vivaldi werd blijkbaar niet erg droevig van de herfst. Het warmste en het koudste seizoen staan wel in mineur. De herfst bestaat zelf ook weer uit drie delen:

Het begint met een vrolijk allegro. (Een vlug deel) Het sonnet zegt:

Met zang en dans viert de boer het geluk van de overvloedige oogst. Het vocht van Bacchus (dat betekent wijn) vloeit rijkelijk en velen eindigen in een diepe slaap.

Daarna komt er een Adagio molto. (Een zeer gedragen stuk)

De milde lucht geeft plezier en doet ieder zang, dans en zijn zorgen vergeten. Het jaargetijde nodigt iedereen uit tot het genieten van een zoete slaap.

Tot slot een stuk dat “La caccia” heet, oftewel “De jacht.”

Met de nieuwe dageraad komen de jagers. Ze gaan op jacht met honden, hoorns en geweren. Het wild vlucht en ze volgen het spoor. Geschrokken en doodsbang door al het lawaai van musketten en geweren, dreigt het gewonde dier te ontsnappen, maar het sterft uitgeput tijdens de achtervolging.

Vivaldi

Vivaldi (4 maart 1678-28 juli 1741) was een Italiaanse violist, priester en componist, die veel muziek heeft geschreven.

Hij schreef ongeveer 220 vioolconcerten. Hij is vooral bekend om zijn compositie: de vier jaargetijden. (Quattro stagioni). Het  werd in 1725 in Amsterdam (!) uitgegeven. Het is een cyclus van vier vioolconcerten, voor elk seizoen één. Elk seizoen bestaat uit 3 delen. Het is één van de meest populaire klassieke stukken en het stuk dat het meeste opgenomen schijnt te zijn op geluidsdragers (plaat, cd etc.) van alle klassieke muziekstukken. Het staat ook al jaren in de top tien van de klassieke top honderd.

Vivaldi werd geboren in Venetië als zoon van een kapper die van vioolspelen hield. Die stimuleerde zijn zoon, die ook heel goed kan vioolspelen, om te componeren.

Als jongeman ging Vivaldi in de leer bij de kapel van de San Marco. In die tijd was de kerk een goede plek om het vak van musicus te leren. Vivaldi werd toen hij 25 was ook priester. Hij had rood haar en werd “Il Prete Rosso” genoemd, wat betekent: de rode priester.

Hij werd ook leraar viool in een meisjesweeshuis in Venetië. De ouderloze meisjes werden zelfs in het buitenland beroemd door hun vioolspel. Meisjes mochten eigenlijk niet musiceren voor publiek, daarom gaven zij concerten van achter een doek. Vivaldi schreef veel van zijn vioolconcerten voor hen.

In zijn eigen tijd werd hij niet zo gewaardeerd. Hij stierf arm, in Wenen (Oostenrijk).

Pas in de jaren dertig van de 20e eeuw was er een Amerikaans echtpaar (de schrijver Ezra Pound en de violiste Olga Rudge) dat aandacht vroeg voor Vivaldi. Ze organiseerden in 1939 het eerste Vivaldi-festival. Dat was in Siena. Na de oorlog bleef de belangstelling voor Vivaldi groot. Iedereen hield opeens van zijn muziek.

Ook in zijn eigen tijd was zijn muziek al hip en vernieuwend. Daarom hadden sommige mensen er moeite mee.

Hij had pakkende melodietjes en wilde niet alleen maar rijke mensen aanspreken, maar alle mensen. Zijn muziek is ook heel vrolijk en misschien daarom tegenwoordig nog zo populair.

Vivaldi’s muziek wordt vandaag de dag nog vaak gebruikt voor bijvoorbeeld dansvoorstellingen.

Vier vioolconcerten

De vier jaargetijden is dus een cyclus van vier vioolconcerten: De Zomer, de Herfst, de Winter en de Lente. Een vioolconcert is een compositie (dat betekent stuk) voor een (solo)viool en orkest.  Het bestaat vaak uit 3 delen. In de 16e eeuw betekende het woord concertare: samen spelen.

In de 17e eeuw betekende concertare: wedijveren. Eén of meer solisten speelde een thema, de hele groep “antwoordde” daar dan op. Alsof ze samen een wedstrijdje hadden.

In het begin van de 18e eeuw, voegde Antonio Vivaldi virtuositeit van de solist toe. Dat betekent: technisch héél goed en vlug kunnen spelen. Dat kan je goed horen in de 4 jaargetijden. Je hoort een klein groepje strijkers en een strijkorkest, ondersteund door een klavecimbel.

Programmamuziek

Vivaldi heeft nog veel meer muziek gecomponeerd. Niet alle muziek beeldt iets uit. De vier jaargetijden wel. Zulke muziek heet programmamuziek. Dat wil zeggen dat de componist een verhaaltje of een gedachte gebruikte voor zijn compositie.