Vier seizoenenspel

OB-MB

Dit is een liedje over de vier seizoenen. Kennen jullie de vier seizoenen?

Je hebt de lente. Je hebt de zomer. Je hebt de herfst. Je hebt de winter.

Soms zeggen mensen ook wel eens de vier jaargetijden.

Hier vind je een liedje waar een quiz in verstopt zit. Luister eerst het liedje en kijk goed naar de plaatjes. Daarna bekijk je plaatje voor plaatje. Bij welk seizoen hoort elk plaatje?

Ieder seizoen heeft bijzondere feesten. Vertel eens welke feesten je kent die bij een speciaal seizoen passen?

Je kiest één jaargetijde uit. Bijvoorbeeld de lente. Welke lentewoorden ken je allemaal?

Snapje over hoe het dag en nacht wordt en hoe de seizoenen werken. MB

Zing mee met de karaokeversie van het liedje

Je kan er ook een soort “Ren je rot-spel” van maken. De kinderen die “ja” zeggen, komen aan de ene kant staan en de kinderen die “nee” zeggen aan de andere kant van de leerkracht.

Een zomerquiz:

9
Created on By admin

Wat hoort bij de zomer?

1 / 19

Is dit een zomerplaatje?

2 / 19

Is dit een zomerplaatje?

3 / 19

Is dit een zomerplaatje?

4 / 19

Is dit een zomerplaatje?

5 / 19

Is dit een zomerplaatje?

6 / 19

Is dit een zomerplaatje?

7 / 19

Is dit een zomerplaatje?

Question Image

8 / 19

Is dit een zomerplaatje?

Question Image

9 / 19

Is dit een zomerplaatje?

Question Image

10 / 19

Is dit een zomerplaatje?

Question Image

11 / 19

Is dit een zomerplaatje?

Question Image

12 / 19

Is dit een zomerplaatje?

Question Image

13 / 19

Is dit een zomerplaatje?

Question Image

14 / 19

Is dit een zomerplaatje?

Question Image

15 / 19

Is dit een zomerplaatje?

Question Image

16 / 19

Is dit een zomerplaatje

Question Image

17 / 19

Is dit een zomerplaatje?

Question Image

18 / 19

Is dit een zomerplaatje?

19 / 19

Is dit een zomerplaatje?

Your score is

The average score is 77%

0%

We beelden de zomer uit:

We doen zonnebrand op.

We gaan fietsen. We gaan naar de speeltuin.

We zetten onze fiets op slot.

We gaan naar de wip wap.

We gaan op het klimrek klimmen.

We gaan schommelen.

We eten een ijsje.

We gaan zwemmen.

We gaan kamperen en zetten een tentje neer. Sla de haringen maar in de grond.

We gaan voetballen.

We gaan tafeltennissen.

We gaan dansen op een feestje.

We gaan kersen plukken.

We eten aardbeien met slagroom.

We gaan marshmallows roosteren in een vuurtje.

We gaan lekker koud douchen.

We zijn verbrand en smeren aftersun op.

We gaan slapen, maar er is een mug.

We vallen in slaap, maar het dekbed is te warm.

We maken een fietstochtje.

We