Elfjes

OB-MB

We gaan samen naar Wonderland. Daar kan je dansen met de elfjes. Ken jij dit land? Luister eens naar dit liedje. Hoe zou je daar op dansen?

Dans maar precies zoals jij zelf wil!

Elfjes dansen op het mos.

Lange gouden haren los.

Kom maar op visite.

Drink een kopje thee.

Niemand hoeft vandaag naar school.

Kleine fee speelt zacht viool.

Dat wordt echt genieten.

Speel maar met me mee.

En de prins die ligt te slapen. 

En de reus die danst hand in hand.

Een kabouter zingt een liedje.

Het is feest in Sprookjesland.

Zadel zilverwitte paarden.

Kom, dan gaan wij ernaartoe.

Op de vleugels van je dromen.

Ben jij nog niet moe?

En de heks die is niet boos meer.

Ze doet eventjes niet gemeen.

En een vlinder maakt een grapje

en dan lacht echt iedereen.

Doe je ogen dicht en luister

ook al ben je nog niet moe.

Op de klanken van een liedje,

kan je ernaartoe.  

Doe je ogen dicht en luister

ook al ben je nog niet moe,

op de klanken van een liedje,

kan je ernaartoe.

Vertellen je ouders, of je opa en oma je wel eens over dat land? Of verzin je er zelf wel eens verhaaltjes over?

Het is heel leuk om over Wonderland te fantaseren als je in bed ligt, of als je op school een rustmomentje hebt.

Doe je ogen maar eens dicht en gebruik je fantasie. Stel je alles wat ik je vertel, zo goed mogelijk voor.

We staan in je tuin. Het is lekker warm. Voel je de zon? Wat voor kleren draag je?

Plotseling komt er een paard naar je toe galopperen. Welke kleur heeft jouw paard? Is het zilverwit, of prachtig diepzwart? Of heeft het gouden manen?

Het paard heeft niet alleen vleugels, maar ook benen. Aan de teugels zitten zilveren en gouden belletjes, die vrolijk klingelen.

Jij kent dat paard wel. Jij hebt er al eens eerder op gereden. Jij weet hoe het paard heet. Hoe heet je paard?

Je klimt op de rug van het paard. Het begint te lopen. Steeds sneller, sneller… Je gaat zo snel als de wind.

Plotseling begint je paardje met de vleugels te wapperen en je voelt dat je vliegt.

Je ziet de stad onder je verdwijnen en je vliegt door de witte en blauwe wolken. Dat is een fijn gevoel.

Na een tijdje voel je dat je gaat dalen.

Je paardje gaat rustig in een groene weide zitten.

Er is een gouden poort. Daar ga je doorheen.

Plotseling ben je in Wonderland. Om je heen zie je grote paddenstoelen, kleine huisjes, prachtige bloemen en hoge bomen, waarin heel veel lichtjes hangen.

Dit is het land waar de elfen wonen. Hoe ziet het eruit?

Wat ga jij doen in Sprookjesland?

Misschien wel naar de kermis, of misschien ga je wel dansen met de elfjes.

Plotseling komt er een sprookjesfiguur op je af lopen. Wie is dat?

Je krijgt een cadeautje van hem of haar. Wat krijg je?

Hij heeft ook nog iets aan je te vertellen. Wat wil hij of zij je vertellen?

Hij of zij neemt je mee naar de elfenkoning en de elfenkoningin. Daar drink je een lekker glaasje nectar, uit het dopje van een eikeltje.

Plotseling komt je paardje weer aan galopperen. Het is tijd om naar huis te vliegen.

Je stapt op de rug van je paardje. Je vliegt weer door de wolken.

Het paardje brengt je terug in je eigen tuin.

 
 

  •