Het rupsje

OB-MB

Luister naar een gedichtje en leer iets over gedichten, luister naar klassieke muziek, acteer en kijk naar een natuurfilmpje.

Eerst hoor je een gedichtje van juf Ellis dat gaat over een rupsje dat opeens verandert in een vlinder. Hij verbaast zich daar erg over.

Er kroop een rupsje in het gras.
Hij vond dat hij héél lelijk was.
En daarom zei hij zacht: “Pardon,
ik kruip maar gauw in mijn cocon.”

Daar zat hij met een groen gezicht
te wachten op een sprankje licht.
En toen, opeens, zonder geluid,
kwam hij er als een vlinder uit.

“Ik wist niet dat ik vleugels had!”
dacht hij, verbaasd
en streek ze glad

“Dus rups zijn, was pas het begin.”
zei hij
en vloog de zomer in.

Dieren: vlinders

In de zomer zie je vaak mooie vlinders fladderen. Je denkt er dan niet altijd aan dat zo’n prachtige vlinder eerst een rupsje was. Wat kan jij over rupsjes en vlinders vertellen?

Rijm

In dit filmpje hoor je een versje, of … met een mooi woord “een gedicht.”

Ken je nog meer gedichtjes? Wat is eigenlijk een versje?

Eigenlijk is een versje een soort liedje zonder melodie.

Heel vaak rijmen woorden op elkaar. Wat is dat, rijmen?

Rijmt “lucht” op “zucht”? En rijmt “tak” op “dak”? En “tuin” op “huis”? En “kijk” op “lijf”?

Sommige woorden rijmen alleen aan de binnenkant, zoals “rijm” op “lijf”… er is een ij aan de binnenkant.

Maar er zijn ook woorden die van binnen en aan het einde rijmen. “Rijm” rijmt helemaal op “slijm”. “Dak” rijmt helemaal op “Tak”. Soms hebben versjes coupletjes. Dat zijn een paar regeltjes die bij elkaar horen.

De vorm van een gedichtje

Koekjes bakken doe je met een vormpje. Gedichtjes hebben ook een vorm.

Ze hebben vaak een paar coupletjes. Dat zijn regeltjes die bij elkaar horen. In versjes horen er heel vaak 4 regeltjes bij elkaar.

Sonnet

Maar in dit versje zijn er eerst twee coupletjes van 4 regels en dan twee coupletjes van 3 regels. Dat heet met een mooi woord “een sonnet.”

Kunnen jullie met elkaar ook een versje maken? Het hoeft niet perse een sonnet te zijn, hoor. Een gedichtje met een coupletje van vier regeltjes is ook prima!

Acteren (teacher in role)

Beeld eens uit hoe het rupsje door het gras kruipt.

Hij eet een lekker blaadje.

Er komt een lieveheersbeestje aan. Het rupsje kijkt ernaar en denkt: “Die ziet er veel mooier uit dan ik.”

Het rupsje voelt zich heel lelijk.

Hij kruipt in elkaar van dat nare gevoel. Hij wordt heel klein.

Er komen allemaal draadjes om hem heen. Hij hangt in een cocon te wiebelen. Daar is het héél stil.

Plotseling scheurt de cocon een beetje en ziet hij weer wat licht.

Hij friemelt zich uit de cocon. Plotseling kriebelt er iets op zijn rug.

Hij kijkt eens goed. Wat is dat nou? Zijn dat nou zijn vleugeltjes? Hij had toch helemaal geen vleugeltjes?

Hij fladdert er eens mee… en plotseling merkt hij dat hij kan vliegen.

Het vlindertje vliegt en vliegt. Hij vliegt zelfs over het water.

Daar ziet hij zichzelf…

nou vindt hij zichzelf héél erg mooi. Wie had dat nou kunnen denken?