Op een grote paddenstoel

OB

Dit is een liedje dat je opa en oma ook al zongen. Het gaat over een kaboutertje dat niet stil kan zitten.

Bij Kzing hebben we er een nieuw muziekje bij gemaakt. Als je ergens een muziekje bij maakt en verzint door welke instrumenten het gespeeld moet worden, heet dat arrangeren.

We hebben het liedje dus opnieuw gearrangeerd.

 

Op een grote paddenstoel, rood met witte stippen,

zat kabouter Spillebeen heen en weer te wippen.

“Krak!” zei de paddenstoel; met een diepe zucht,

vloog kabouter Spillebeen, hoepla in de lucht.

Maar kabouter Spillebeen hield niet op met wippen,

op een nieuwe paddenstoel, rood met witte stippen.

Daar kwam vader Langbeen aan en die zei toen luid:

“Moet dat stoeltje ook kapot? Spillebeen, kijk uit!”