Vrijheid is een vogel

MB-BB

Vrijheid is heel belangrijk. Dit lied gaat over de vrijheid die we in Nederland kennen. Dat wij nu vrijheid kennen , hebben wij te danken aan vele dappere mensen.

In dit filmpje kun je zien je hoe dit lied gezongen en gedanst werd door leerlingen van Kzing. Het meisje met de witte jurk stelt de vogel Vrijheid voor. De kinderen die in een cirkel staan, verbeelden samen dat ze de kooi zijn. Op een gegeven moment kan de vogel uit de kooi vliegen.

De kinderen die erachter staan, maken gebaren, die te maken hebben met de tekst. Ze eindigen met hun handen in de V van “Vrijheid”. Je kan het lied zelf ook zingen en dan de gebaren maken.

Vrijheid is een vogel, in een gouden kooi.

Iedereen bekijkt haar. O, wat is zij mooi!

Laat haar vrij ! / Laat haar vrij ! Laat haar vrij ! / Laat haar vrij !

Laat haar vrij ! / Laat haar vrij ! Laat haar vrij ! / Laat haar vrij !

Vrijheid uitgekleed en naakt.

Vrijheid in haar hart geraakt.

Vrijheid vleugellam gemaakt.

Wie is vrij?

Vrijheid heeft geen vleugels. Kiezen kan zij niet……

…en gekooide vogels, fluiten maar één lied:

Laat haar vrij ! / Laat haar vrij ! Laat haar vrij ! / Laat haar vrij !

Laat haar vrij ! / Laat haar vrij ! Laat haar vrij ! / Laat haar vrij !

Kijk en luister nu nog eens naar het filmpje.

Eigenlijk is dit lied een op muziek gezette metafoor. Bij een metafoor vergelijk je iets met iets anders. Hier wordt vrijheid vergeleken met een vogel. Dat is een heel bekende metafoor. Vogels kunnen namelijk vrij rondvliegen. Een vogel die in een kooi is gevangen, is alleen niet vrij meer.

Maar de metafoor wordt nog verder uitgewerkt. Het is belangrijk dat je leert nadenken over de woorden in gedichten. Wat zouden de verdere woorden in dit lied betekenen? Waarom is vrijheid vleugellam gemaakt, bijvoorbeeld?

Hieronder hoor je het lied en zie je plaatjes bij de metafoor

Hieronder staat de karaoke versie

In de Tweede Wereldoorlog (1940-1945) waren de mensen in Nederland niet vrij. Ze moesten leven volgens de regels van de mensen die Nederland bezet hadden. Die mensen kwamen toentertijd uit Duitsland en ze volgden de bevelen van hun bevelhebber Adolf Hitler.

Maar ook vandaag de dag zijn er nog heel veel mensen niet echt vrij. Soms doordat hun land bezet wordt door een ander land, of doordat er in hun eigen land hele strenge regels gelden. Soms zijn mensen niet vrij door hun eigen situatie. Mensen kunnen zich om vele redenen onvrij voelen.

Op 4 mei herdenken we de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Op de Nationale Dodenherdenking is er meestal een viering op de Dam in Amsterdam, bij het monument voor de gevallenen. Ook zijn we altijd twee minuten stil. Op 5 mei vieren we Bevrijdingsdag. Dat is de dag waarop Nederland bevrijd werd.

In Nederland mogen we vandaag de dag gelukkig denken wat we willen en dat ook uitspreken, uiteraard met respect voor andere mensen. Dat komt onder andere doordat wij een parlementaire democratie zijn.

Het woord democratie komt van het Griekse woord dèmos, dat betekent volk en van het woord kratein, dat betekent de macht hebben, heersen. In een democratie heeft het volk dus de macht.

In een democratie mag het volk zelf een politieke mening hebben, over alles! Over hoeveel geld er naar de gezondheidszorg gaat, hoeveel belasting er betaald moet worden, hoeveel geld er naar onderwijs moet, hoe we met het leger omgaan, of er gevaccineerd moet worden……. Echt alles!

Het woord parlement en parlementair, komt van het Franse woord “parler”. Dat betekent “spreken”. In een parlementaire democratie heeft het volk het dus voor het zeggen.

Nou kunnen we als volk natuurlijk niet allemaal tegelijk spreken en zeggen wat we vinden. Dan worden we het nooit samen eens. Maar daar hebben ze iets op gevonden.

We laten ons door sommige mensen vertegenwoordigen. Die mogen uit naam van ons dingen zeggen en bepalen. Het parlement is de volksvertegenwoordiging. In Nederland zijn dat de Eerste en de Tweede Kamer. In de Eerste en Tweede Kamer zitten dus onze volksvertegenwoordigers.

De Tweede kamer kan wetten voorstellen of vragen wetten te veranderen. De Eerste Kamer kan die voorstellen tegenhouden.

Samen heten die Twee kamers “De Staten Generaal”.

Verkiezingen: het volk heeft het voor het zeggen.

Maar hoe kunnen we er nou voor zorgen dat het volk bepaalt wie er in die kamers mag zitten en mag bepalen wat voor wetten er komen of veranderd worden?

Er zijn in Nederland clubs gemaakt van mensen die ongeveer hetzelfde vinden. Dat zijn de politieke partijen. Die schrijven hun gedachten op papier in een partijprogramma. Die partijprogramma’s kunnen grote mensen lezen en dan weten ze hoe die club over de politiek denkt. Grote mensen lezen niet altijd al die partijprogramma’s, omdat ze uit het nieuws ook vaak al weten hoe elke politieke partij denkt. Vaak voelen grote mensen zich tot de denkbeelden van één of twee bepaalde clubs aangetrokken.

Als er een nieuwe club mensen moet komen die mag gaan regeren, komen er Tweede Kamer verkiezingen in Nederland. Alle volwassen mensen mogen bij deze verkiezingen stemmen. Dan gaan ze naar een stemhokje.

In het stemhokje brengen volwassenen dan hun stem uit op mensen uit een partij die hun mening delen en die hun belangen in de politiek naar voren willen brengen. Ze krijgen een lange lijst waar alle namen van de politieke partijen die mee mogen doen opstaan. Daarachter staan lege bolletjes. Net zoals bij de citotoets, zeg maar. Ze mogen één bolletje rood kleuren. Dat doen ze met een rood potlood. Ze kiezen de naam van de persoon van een politieke partij van wie zij denken dat die hetzelfde vindt als zij.

Je kan als Nederlander op een partij stemmen, maar niet op een regering. Een regering wordt door mensen gevormd doordat partijen die veel stemmen hebben gekregen, proberen of ze samen de meerderheid hebben en of ze samen afspraken kunnen maken, zodat ze samen kunnen regeren. Bijna altijd zit degene met de meeste stemmen in de regering, maar niet altijd… Het hangt af van de onderhandelingen. Het is het beste als de mensen die regeren echt een overgrote meerderheid hebben.

De ministers en de koning vormen samen de regering. Let op: de Eerste en Tweede Kamer, zijn dus niet de regering!

Hoewel de koning wél bij de regering hoort, regeert hij tegenwoordig zelf eigenlijk niet meer mee. Hij moet ervoor zorgen dat het Nederlandse volk zich samen één blijft voelen. Hij opent belangrijke gebouwen. Hij ontvangt belangrijke gasten. Hij gaat namens Nederland op reis naar landen om Nederland te vertegenwoordigen. En hij leest op Prinsjesdag voor wat de plannen voor Nederland zijn.

Het kabinet dat zijn de ministers en de staatssecretarissen samen. De koning zit dus wél in de regering, maar niet in het kabinet.

De oppositie

De mensen die niet genoeg stemmen hebben gekregen om mee te regeren, hebben evengoed nog wat te vertellen. Zij gaan in de “oppositie”. Het woord “oppositie” betekent de tegenovergestelde plek. Ze mogen vanuit die plek tegenstand bieden en zeggen hoe zij erover denken. Dat betekent dat er altijd naar hun kritiek moet worden geluisterd en dat de mensen die op dat moment regeren goed over die kritiek moeten nadenken. Dat is nou eenmaal zo in een democratie. Er moet niet alleen geluisterd worden naar de meerderheid, maar er moet ook goed geluisterd worden naar de minderheid.

De Eerste Kamer wordt niet direct door het volk gekozen. Eerst kiezen de volwassenen mensen die de provincies besturen. Die zitten in de Provinciale Staten. De mensen die in elke provincie gekozen zijn, kiezen dan wie er namens die provincie in de Eerste Kamer mag zitten. De Eerste Kamer is erg belangrijk. Want die kan wetten tegenhouden die al door de Tweede Kamer zijn gekomen.

Wanneer er in de Tweede Kamer allemaal mensen vanuit het ene Clubje zitten, maar in de Eerste kamer allemaal mensen vanuit andere partijen, wordt het best lastig om besluiten te nemen.

Elke wet die wordt aangenomen door onze volksvertegenwoordiging en door alle twee de Kamers heenkomt, moet nog wel ondertekend worden. Dat moet de koning doen. Dat heet het seign… het tekenen. De verantwoordelijke minister zet er zijn handtekening bij. Dat heet het contraseign. Maar de koning is er niet voor verantwoordelijk. Hij moet ook dingen ondertekenen waar hij het zelf niet mee eens is. Als koning Willem Alexander niet meer zou kunnen ondertekenen, is het land eigenlijk niet meer bestuurbaar. Want de wet geldt pas als de koning ondertekend heeft. En zo heeft de koning stiekem toch nog een beetje invloed, ook al gebruikt hij die nooit.

Normaal gesproken kiezen de grote mensen één keer per vier jaar mensen voor de Tweede Kamer en één keer per vier jaar mensen voor de Provinciale Staten.

Maar als er ruzie is geweest in de regering en de mensen die regeren hebben geen vertrouwen meer in elkaar, “valt” het kabinet. Dan moeten er meteen nieuwe verkiezingen komen in Nederland.

Onze parlementaire democratie zorgt ervoor dat wij mee mogen denken in Nederland. Daardoor hebben wij invloed op dingen die belangrijk voor ons zijn. We mogen ook zeggen wat we willen.